Maandag 28 februari 2000
Ik tuur door het vliegtuigraampje naar buiten. Hanoï International Airport staat er in rafelige letters op het aftandse, betonnen luchthavengebouw van de Vietnamese hoofdstad. Er naast is een nieuwe behuizing in aanbouw.
Het is zo ongeveer het eerste dat ik zie van Vietnam, want de hele vlucht van Singapore naar Hanoï vond plaats boven een ononderbroken wolkendek. Als ik via het lage deurtje de gekoelde en geparfumeerde atmosfeer van de Airbus van Silk Air verlaat verwacht ik een deken van vochtige hitte. Maar het valt mee. Het is vochtig, maar niet heet. Ik stap naar buiten. Geen slurf, maar een ouderwetse vliegtuigtrap. Beneden staat een Stalinistische bus die ons naar het gebouw moet brengen waar de douane zit te wachten. Ik verwonder mij intussen over de nog uit de oorlog resterende shelters en de op het platform opgestelde Russische Toupolev’s. Ik denk terug aan de lange nacht die achter mij ligt. Die nacht begon gisterenmiddag op Schiphol.
Met branderige ogen nam ik voor vijf weken afscheid van Diana, mijn vrouw. Zij ziet zo’n backpackers-reis met veel avontuur maar weinig comfort niet zitten. Zo’n ‘tot over x weken’ doet altijd pijn, maar ik kan het reizen er niet voor opgeven. Als Diana weer in haar autootje zit draai ik mij om en zoek ik de incheckbalie van Singapore Airlines op.
Mijn instapkaart heb ik zo, maar voor de douane staat een enorme rij. Het is waanzinnig druk op Schiphol. Ook bij de fotowinkel is het lang wachten. Ik zoek een vrije zitplaats en begin met het uitpakken van de dertig Kodachrome-doosjes. Los passen de filmpjes precies in de loden zak die de diafilmpjes moet beschermen tegen buitenlandse röntgenapparatuur. Ik heb niet zo heel veel tijd meer over en begin dus maar vast aan de lange wandeling naar de gate. Het vliegtuig, dat uit Manchester moet komen, is nog niet gearriveerd. Ik wacht af. Na een kwartier komt in de verte een grote Boeing 747 over de taxibaan aanrollen. Singapore Airlines staat er met grote letters op de romp. Over een kwartier zouden we moeten vertrekken, maar het ziet ernaar uit dat we een flinke vertraging gaan oplopen.
Ongeveer drie kwartier na de oorspronkelijke vertrektijd van 12.30u start de piloot de motoren. Ik zit aan het raam op rij 37. Ik zie net boven de vleugel de gebouwen van Schiphol aan mij voorbijtrekken. Dan stijgen we op. Ik zie nog even Hoofddorp en een stukje van de Haarlemmermeer voordat het vliegtuig in het lage wolkendek verdwijnt. 10.000 kilometer vliegen voor de boeg.
Af en toe zitten er wat gaten in de bewolking en probeer ik het land er onder te herkennen. Al snel moet ik het opgeven. De stewardess, net een popje in haar zijden uniformpje, komt langs met zakjes pinda's. Ik bestel er een blikje Tiger Beer bij. Intussen probeer ik het tv-tje in de stoelleuning voor mij aan de praat te krijgen. Dit valt niet mee. Eerst denk ik dat ik de bediening niet begrijp, maar al snel merk ik dat de afstandsbediening vernacheld is. Maar uiteindelijk lukt het met behulp van de steward om de vluchtinformatie op het schermpje te krijgen. Ik zie dat we al boven Leipzig vliegen, op weg naar het Verre Oosten.
Na Duitsland volgt Tsjechië en even later vliegen we vanuit Bulgarije de Zwarte Zee over. Het is pas 4 uur Nederlandse tijd maar buiten wordt het al donker. De stewardess komt weer langs. Chicken of fish vraagt zij in Singaporees Engels. Ik had de keurige menukaart nog niet bestudeerd. Voor de zekerheid bestel ik maar kip. Ik vraag mij af of het eten zal lukken, want de zitplaats is uiterst krap en ik heb mijzelf nog eens flink ingebouwd ook. Gewone mensen doen hun handbagage in het vak boven hun hoofd, maar ik heb de ene helft onder mijn stoel en de andere helft op mijn schoot. Toch lukt het met moeite om het tafeltje naar beneden te klappen. Buiten is inmiddels niets meer te zien, maar op het schermpje zie ik dat we de andere kant van de Zwarte Zee hebben bereikt. Tijdens de op porseleinen servies geserveerde maaltijd vliegen we in een rechte lijn richting Pakistan, net onder Kabul door.
Op de een of andere manier heb ik geen zin om met de passagier naast mij te praten. Een combinatie van neerslachtigheid en vermoeidheid denk ik. Na het afruimen gaat de hoofdverlichting uit. Eerst probeer ik in slaap te vallen, maar al snel merk ik dat dat niet gaat lukken. Op het TV-tje moet het ook mogelijk zijn om computerspelletjes te spelen. Verder kun je er vijf speelsfilms mee laten starten. Maar ik krijg het niet voor elkaar. Te veel knopjes zijn defect. Uiteindelijk lukt het mij ook niet meer om de vluchtinformatie op het scherm te krijgen. Ik roep de steward er maar weer bij, die het systeem kan resetten. Na het nodige gehannes zie ik dat we net het luchtruim van India binnenvliegen. Nog een uurtje te gaan, voordat het vliegtuig rond acht uur lokale tijd in Singapore zal landen. Met behulp van mijn leeslampje verdiep ik mij in de nog gloednieuwe Lonely Planet van Vietnam. Ik heb veel te weinig aan voorbereiding gedaan en had mij voorgenomen om dat in het vliegtuig te doen. Maar dat valt natuurlijk niet mee als je ogen kurkdroog zijn en het tijdstip is aangebroken waarop je al lang in bed hoort te liggen. Ik doe het lampje maar uit en sluit mijn ogen. Misschien lukt het nog even om te slapen. Dat laatste probeer ik nog steeds als de verlichting in het vliegtuig al weer aangaat. Meteen komt het leger stewardessen de cabine binnenstormen om gloeiend hete vochtige handdoekjes uit te delen. Op het schermpje zie ik dat we inmiddels Maleisië hebben bereikt. Het ontbijt wordt geserveerd. Ook op porseleinen servies. Ik probeer te vergeten hoe laat het in Nederland is. In Singapore is het in ieder geval 7 uur. Nog een half uur en dan landen we. Ook boven Maleisië is het dichtbewolkt. Af en toe zie ik de kustlijn. Dan gaan we dalen. Eenmaal onder de wolken zie ik een enorm eilandenrijk. Op sommige van de eilanden staan hoge torenflats. Dan is ook Singapore te zien. Een enorme stad met hoge gebouwen. Nergens zie ik de voor Azië zo kenmerkende krottenwijken. Met een ruime bocht zet het toestel koers naar de luchthaven.
Het vliegveld van Singapore is supermodern. Hierbij vergeleken is Schiphol maar een grote bende met zijn eeuwige verbouwingen. Hoewel westers, is het toch een hele andere wereld. Ik heb ongeveer drie uur om rond te kijken. Eerst ga ik maar op zoek naar de balie waar ik mijn instapkaart voor de volgende vlucht moet halen. De vlucht naar Hanoï staat nog niet aangekondigd, maar ik kan wel al de instapkaart krijgen. Ik zoek een bankje om de meegebrachte zaterdagkrant te kunnen lezen. Moe ben ik niet, wel neerslachtig. Het zal weer door de malariatabletten komen. Maar het totaal niet weten wat mij te wachten staat zal ook wel meespelen. Niet eerder heb ik een reis zo slecht voorbereid. Het duurt even voordat ik in staat ben om mijzelf een beetje op te beuren. Ongeveer een uur voor vertrek loop ik maar alvast naar de gate. Daar krijg ik een enorme berg formulieren. Ik ben niet de enige die verbaasd is. Ook de Aziatische passagiers staan te kijken van de reusachtige hoeveelheid bureaucratie die zij over zich heen gestort krijgen. Weer een visum-formulier. Ik had er in het vliegtuig ook al een ingevuld. En een gezondheidsverklaring, een declaratieformulier en nog een formulier dat voor het gemak helemaal in het Vietnamese is opgesteld. Gek word ik ervan. Willen ze wel toeristen in Vietnam? Na een halve balpen te hebben versleten kan ik aan boord van vlucht SQ-VN 176 naar Hanoï.
Het vliegtuig van Silk Air is stukken ruimer dan de Boeing van Singapore Airlines. Ik voel mij nu ook iets vrolijker dan tijdens de eerste vlucht. We stijgen op en al snel is er buiten niets meer te zien dan wolken met daarboven de azuurblauwe lucht. De vrouw naast mij komt uit Canada, woont in Singapore en zegt dat ze regelmatig voor zaken naar Vietnam gaat. Ze zegt dat het er prachtig is en dat ik het geweldig zal vinden. Ze doet iets in textiel. Ze heeft een heel sproeterige huid. Dat moet niet meevallen in de tropen. Na een tijdje pak ik de Lonely Planet er maar weer eens bij om te kijken wat mij na aankomst te wachten staat. Rond 2 uur in de middag begint het vliegtuig te dalen. Een tijdje is er niets te zien, maar dan komt ineens Vietnam tevoorschijn. Ik zie een zompig landschap met talloze kronkelriviertjes. Langs de velden lopen stoffige wegen zonder verkeer. De stad is nergens te bekennen. Het zal dus nog wel een uurtje rijden worden. Dan raken we de zeer hobbelige landingsbaan en komt het vliegtuig hotsend en botsend tot stilstand. Buiten zijn allerlei exotische vliegtuigen te zien. Sommige zien eruit alsof ze er al jaren staan.
Er zijn minstens tien balies. Er achter zitten de in strenge, groene uniformen gestoken douaniers driftig te stempelen. Iedere passagier neemt minstens tien minuten in beslag, maar als ik zelf aan de beurt ben gaat het best wel vlot. Ik krijg een aantal stempels en een paar gekleurde papiertjes die ik niet kwijt mag raken en dan kan ik doorlopen. Mijn rugzak is nog niet gearriveerd. Ik moet bij een andere beambte precies aangeven wat ik aan kostbaarheden bij me heb. Gelukkig heeft mijn rugzak de reis overleefd. Ik doe er een paar spullen van mijn handbagage in en wissel dan een Travellercheque om in Vietnamese dong. De koers is niet best, dus ik houd het voorlopig maar even op 50 dollar. Dan blijft de schade beperkt. Buiten staat een minibusje naar Hanoi. Een dame achter een houten tafeltje verkoopt de kaartjes. Het kost 3 dollar. Dat valt mee dus. Ik ben de enige westerling in het busje. Onderweg knopen twee Vietnamese jongens een praatje met mij aan. Natuurlijk willen ze weten waar vandaan kom, hoe oud ik ben, of ik getrouwd ben en - hoe kan het ook anders - of ik kinderen heb. Ik geef een eerlijk antwoord, wat grote verbazing tot gevolg heeft. De jongens vinden mij veel te oud om geen kinderen te hebben. Ook de bijrijder van de chauffeur is wel in mij geïnteresseerd. Hij weet wel een hotelletje voor mij. Ik leg hem uit dat ik al wat op het oog heb. "Nee, nee, dat bestaat niet meer. Gesloten", liegt hij. Ik laat mij niet overbluffen. Na inderdaad ongeveer een uur naderen we Hanoi. Via een enorme, hevig door betonrot aangetaste brug steken we de Rode Rivier over. Dan begint de chaos. Het verkeer loopt helemaal vast. Luid toeterend baant het busje zich moeizaam een weg door de met brommers, fietsen en handkarren verstopte straten. Met ongeveer twee verkeersovertredingen per seconde weten we een wat rustiger buurt te bereiken. De rit eindigt bij het boekingskantoor van Vietnam Airlines. Dat is ongeveer om de hoek van het Lotus-hotel, dat ik uit de Lonely Planet geselecteerd heb. Buiten word ik besprongen door opdringerige jongens die mij met hun brommer naar een goed hotel willen brengen. Ik wil er niets van weten. Het is maar twee minuten lopen en als ik op een brommer aankom kan ík de commissie betalen.
Ik heb het hotel snel gevonden. En natuurlijk is het niet gesloten. Toch heb ik geluk, want er is nog maar één kamer vrij. De aardige beheerster maakt mij wegwijs en legt meteen uit hoe ik aan een Cambodjaans visum kan komen. Ik ben intussen opgelucht dat ik niet eindeloos naar kamer hoef te zoeken. Het is tot nu toe allemaal heel voorspoedig gegaan. Ik rust even uit en drink een colaatje terwijl mijn kamer in orde wordt gemaakt. Ik gooi mijn rugzak op bed en ga op stap. Mijn eerste doel is het station om alvast een kaartje naar Hue te kopen. Maar na een half uurtje merk ik dat ik al meteen de verkeerde kant op was gelopen. Ik kom uit bij de Rode Rivier. Volgens mijn uit de Lonely Planet gekopieerde plattegrondje moet ik al langs de rivier lopend uiteindelijk bij het centrum uitkomen. Maar na een half uurtje wandelen, lijkt het mij toch beter om langs dezelfde weg weer terug te gaan. In de binnenstad moet ik weer de vele chauffeurs en straathandelaars van mij afslaan. Ik probeer mij er niet aan te storen. Het station heb ik zo gevonden, maar ik koop nog geen kaartje want ik wil eerst de alternatieven bekijken. De trein is namelijk bepaald niet goedkoop in Vietnam. Ik loop naar de toeristenwijk waar alle reisbureautjes zitten. Eerst maar eens uitzoeken wat er zoal mogelijk is. Dat blijkt nogal wat. Bij de meeste reisbureautjes kun je ook internetten. Via Hotmail stuur ik e-mails naar Diana en mijn collega's. Ik vergelijk de prijzen bij een aantal van de bureautjes en maak een plan op voor de komende dagen. Het blijkt al snel dat reisjes via de bureaus veel goedkoper te regelen zijn dan wanneer je dat op eigen houtje doet. Ik besluit maar niet direct te boeken. Eerst maar eens Hanoi verkennen. Oriënteren blijkt echter niet makkelijk in deze vlakke stad zonder duidelijke herkenningspunten. Ik slenter rustig voort en zie hoe bedrijfstakken keurig in straten zijn ingedeeld. Langs het meer heb je de schoenenstraat. In een andere straat wordt weer textiel verkocht en natuurlijk zijn er ook de straten met groenten, fruit en vlees. Zelfs de grafsteenbeitelaars hebben hun eigen straatje.
Na heel wat omzwervingen door de drukke, rommelige buurten kom ik uiteindelijk weer in de toeristenbuurt terecht. Ik ga eten bij het bekende Queens-café, waarvan er overigens meer zijn in Hanoi. Maar dit is het echte, zegt de Lonely Planet. Tegenover mij zit een meisje uit Japan. Ze zit even twee maanden zonder werk en besloot daarom maar wat te gaan reizen. Ze is al in Thailand en Cambodja geweest en wil ook nog naar China en Laos. Ik vertel haar dat ik dat een behoorlijke onderneming vindt in zo weinig tijd. Maar ze haalt haar schouders op. Typisch Japans merk ik op. Na het eten ga ik op zoek naar een kapper. Dat is hier geen enkel probleem om half elf ’s avonds. Zo rond middernacht loop ik via een omweg langs het meer weer naar het hotel terug. Ik moet nu ongeveer 24 uur niet geslapen hebben. Toch ben ik niet echt moe. Tot mijn verbazing is het hotel gesloten. De deuren achter het traliewerk zijn echter nog open. In het eetzaaltje staat nu een bed waarop de nachtwaker ligt te slapen. Ik weet hem wakker te maken zonder het hele hotel te wekken. Hij lijkt het niet erg vinden dat ik nog zo laat kom aandraven. Ik verontschuldig mij en strompel door de duistere gang op zoek naar mijn kamer. Wel heerlijk dat ik nu eindelijk kan douchen. Hopelijk slaap ik goed, want met hotel is supergehorig. De wanden bestaan slechts uit houten schotjes.
| Terug naar het menu | Naar de volgende dag. |