Van 28 februari tot en met 25 maart 2000 reisde ik door Vietnam. Ik kwam per vliegtuig aan in de hoofdstad Hanoi. Van daaruit bezocht ik tal van bezienswaardige gebieden in het noorden van het 1700 kilometer lange land. 10 maart begon ik aan de reis naar het midden en het zuiden van het Vietnam. De laatste dagen bracht ik door in de schitterende Mekong-delta om tot slot vanuit Saigon de bus naar Cambodja te pakken.
Wegens gebrek aan belangstelling binnen mijn kennissenkring maakte ik de reis alleen. Dat is geen bezwaar gebleken. Vietnam is een makkelijk land om je weg te vinden en de bevolking is uiterst vriendelijk en behulpzaam. Als de Vietnamezen vanwege de gebeurtenissen in het nabije verleden al een hekel hebben aan westerlingen, laten ze dat in ieder geval op geen enkele wijze blijken.
Ik kan niet zeggen wat ik nou het leukste vond aan Vietnam. De kleurrijke minderheden in het hoge noordwesten. De fascinerende karstbergen die voor de kust van Halong loodrecht uit de Zuid-Chinese Zee oprijzen. De steden met hun tempels, drukke straatjes, krioelende mensen en markten. De tropische bossen en de drijvende markten van de Mekong-delta of de bloemrijke centrale hoogvlakte rond Dalat. Het is allemaal even schitterend en elk deel van het land heeft zijn specifieke bekoring. Vietnam is een land dat ik kan aanraden. Ook de minder ervaren reiziger zal het land weten te waarderen. De faciliteiten voor toerisme zijn over het algemeen redelijk tot goed, het is er niet duur en de infrastructuur voldoet prima. Een Lonely Planet-gids is niet noodzakelijk, maar verdient zichzelf wel dubbel en dwars terug.
| Terug naar het menu | Naar de eerste dag. |