Maandag, 4 juni 2001 - De armoedige straten van Antananarivo zien er sinister uit zo rond het middennachtelijk uur. Straatverlichting is er nauwelijks en de vervallen huizen zitten potdicht gebarricadeerd. Verschillende reisgidjes hadden mij al gewaarschuwd voor de gevaren die in de hoofdstad van Madagaskar op de loer liggen. Vooral na zonsondergang schijnt het er bloedlink te zijn. Meestal blijken dergelijke waarschuwingen overdreven, maar nu ik de donkere straten zie met hier en daar schimmige groepjes mannen ben ik geneigd de boekjes serieus te nemen. Ik heb er dus geen spijt van dat ik vanuit Nederland naast mijn vliegticket ook de eerste twee hotelovernachtingen en een vliegveldtransfer geregeld heb. Dan word ik niet meteen al de eerste avond beroofd.
Het busje stopt in een donker zijstraatje van de brede Araben'ny Fahaleovantena, die in de Franse tijd Avenue 'd la Independence heette; een naam die meestal nog de voorkeur verdient boven de bekkenbreker die de Malagasy's aan de brede laan gegeven hebben. Om de hoek is het luxueuze Hotel de Paris, waar ik samen met vijf andere Nederlanders de eerste twee nachten van mijn avontuurlijke reis zal doorbrengen. Twee stellen, Anneke en Fientje en Huub en Pascal en een alleengaand meisje, Connie, hadden net als ik bij Summum Reizen in Amsterdam het zogenoemde Eclips Startpakket Madagaskar geboekt. Dat pakket was inclusief Air France-retourticket, vliegveldtransfer en twee hotelovernachtingen en vreemd genoeg nog goedkoper dan een losse ticket van Air France. Na de eerste twee nachten kunnen we op eigen houtje naar het gebied trekken waar 21 juni een totale zonsverduistering zal plaatsvinden.
De receptionist slaapt half en heeft al zijn kracht en mentale vermogens nodig om drie sleutels en drie inschrijfformulieren op de balie te leggen. Het kost ons minstens zoveel moeite om hem duidelijk te maken dat we niet drie, maar vier kamers nodig hebben. Ik krijg de verste kamer op de bovenste verdieping van het hotel dat ondanks zijn luxe uitstraling niet over een lift beschikt. De kamer zelf is in ieder geval prima. Het had van mij nog wel iets minder mogen zijn, als daardoor het 'startpakket' wat goedkoper had kunnen worden. Maar nu het eenmaal betaald is geniet ik er nog maar even van. De rest van mijn reis zal ik het waarschijnlijk zonder airconditioning, tv en warme douche moeten stellen. Ik orden mijn spullen, stap onder de douche en ga slapen. Het is intussen 1 uur.
De dag was vroeg begonnen. Ik moest al om 6 uur 's morgens op Schiphol zijn voor de vlucht die kwart over acht naar Parijs zou vertrekken. Ondanks de tweede pinksterdag en het onchristelijke tijdstip is het al zo druk op de luchthaven dat normaal lopen bijna niet mogelijk is. Ik wacht bij de incheckbalies van Air France op een zekere Wybe Rood van Summum Reizen die de tickets zou uitreiken. Zo maak ik kennis met Connie die hetzelfde arrangement geboekt heeft. Even later sluiten ook Huub en Pascal en Anneke en Fientje zich aan.
Connie schat ik een jaar of 28. Een stevig type, dat wel in staat moet zijn om een zware reis te maken. Van de twee mannen vraag ik mij dat wel een beetje af. Ze zullen halverwege de dertig zijn, maar maken een wat hulpeloze indruk op mij. Huub lijkt mij de oudste van het stel, maar dat kan komen omdat hij al bijna kaal is. Ook Anneke en Fientje vind ik niet echt het type wereldreiziger. Ze komen op mij over als twee gezellige kletstantes die je eerder op een reis naar Frankrijk of Zwitserland zou verwachten, dan op een 'survival-tour' door Madagaskar. Maar ze weten wat ze te wachten staat, dus ze zullen er best over hebben nagedacht. Ik vraag mij af of ik het zelf leuk zou vinden om gezamenlijk op te trekken met dit groepje. Het maakt het reizen wel iets makkelijker, maar je moet elkaar natuurlijk ook liggen. Bovendien is het afwachten of we met de verwachte eclipsdrukte wel elke keer voldoende kamers zullen vinden. Laat ik maar afwachten.
Wybe komt tegen half zeven en geeft ons de instapkaarten. Ik had om een raamplaats gevraagd, maar zie nu dat ik op B zit en er staat mrs. Vreeken op mijn ticket, terwijl ik toch echt een mannetje ben. Ik zit dus aan het gangpad, of midden in een rij van 3. Daar ben ik niet blij mee, maar ik laat er niet mijn humeur door verpesten.
Ondanks het altijd weer moeilijke afscheid van mijn vrouw Diana, die mij elke keer toch maar weer naar Schiphol brengt, voel ik mij redelijk opgewekt. Als ik in de taxfree-winkels de voor de komende 25 dagen benodigde diarolletjes en videobandjes heb gekocht, loop ik meteen naar gate B21 waar ik op een rustig bankje de Lonely Planet ga zitten lezen. Even later komt Connie tegenover mij zitten. Zij heeft dezelfde lectuur, maar dan een editie die net vorige maand is uitgekomen. Ik overweeg nog om terug te gaan naar de taxfree-winkels en ook die editie te kopen, maar doe dat uiteindelijk toch maar niet. Verkeerde zuinigheid, zal ik later ontdekken.
Redelijk op tijd vertrekken we richting Parijs. Connie zit naast mij en ik heb het geluk dat zij liever aan het gangpad zit dan aan het raam. Ik haat vliegen als ik niet naar buiten kan kijken. En als mensen die wel aan het raam zitten vervolgens gaan slapen of lezen, heb ik helemaal de pest in. Maar deze vlucht blijft die ergernis mij bespaard, al zorgt een eindeloos dik wolkendek ervoor dat er weinig te zien valt buiten. Ik pak mijn Lonely Planet er maar weer bij, want nog wat extra voorbereiding kan nooit kwaad. Na drie kwartier landen we op de enorme Parijse luchthaven Charles de Gaulle.
Met een bus rijden we naar de terminal vanwaar het vliegtuig naar Madagaskar zal vertrekken. We hebben de tijd, want het zal nog ruim een uur duren voordat we kunnen instappen. Ik kijk een beetje rond bij de veel te dure taxfree-winkels en plof dan maar neer op een stoeltje bij de gate. Er zitten al andere mensen te wachten op dezelfde vlucht, waaronder een aantal Malagasy's. Wybe komt er bij zitten en we praten wat over Madagaskar en over zaken die ik in de Lonely Planet nog niet zo duidelijk beschreven vind. Hij is een beetje van het ultra-opgewekte type. Zo van: de zorgen zijn voor morgen. Hij heeft pret voor tien als hij met een paar woorden Malagasy contact weet te leggen met een er Aziatisch uitziende vrouw tegenover ons.
Als we de bus uitstappen, die ons via het platform naar de grote Airbus 340-400 van Air France heeft gebracht, realiseer ik mij ineens tot mijn grote schrik dat mijn Lonely Planet nog in het toestel van Amsterdam moet liggen. Het is te laat om het terug te halen. Dat boek behoort tot de laatste spullen die ik zou willen verliezen, dus ik baal grondig. Wybe kan mij echter uit de nood helpen. Hij heeft een oude en een nieuwe editie bij zich en wil mij de oude editie wel lenen. Ik had zelf ook de oude editie, dus dat zou een mooie oplossing zijn als ik op Madagaskar geen nieuwe reisgids kan kopen. Toch baal ik enorm van mijzelf. Hoe kon ik nou zo stom zijn. Ik ben panisch om iets kwijt te raken als ik op reis ben; zeker als het waarschijnlijk onvervangbaar is. Meteen bekruipen mij weer die ellendige gevoelens van onzekerheid. Ik ga naar een land waarvan ik de taal niet spreek, waar de voorzieningen uiterst primitief zijn en waar naar verluid 15.000 toeristen naar toe gaan om de eclips te zien. Waar begin ik aan? Ik probeer de onzekerheid van mij af te zetten.
Ik mag weer aan het raam zitten en zie Parijs in de diepte liggen. Met een wijde boog vliegen we om de Franse hoofdstad heen die langzaam vager wordt in de combinatie van smog en bewolking. In Frankrijk zijn de weersomstandigheden veel beter dan in Nederland en het blijft de rest van de vlucht helder. De steward deelt een relaxinstructie, het menu en oordopjes uit, terwijl onder ons de Franse Alpen voorbij glijden. Bij Nice begint de Middellandse Zee. Ik zie Italië met Sardinië en Malta en dan alleen nog maar zee totdat de eindeloze dorre woestijn van Libië begint. Het landschap met alleen maar zand is deprimerend en werkt op mijn gemoed. Ik mis Diana en zou bijna wensen dat ik weer op weg naar huis was in plaats van naar Madagaskar.
Het is half twee en we krijgen de lunch opgediend. Kip met rijst. Het is zo droog dat ik aan één blikje bier nauwelijks genoeg heb om het eten naar binnen te spoelen. Op het schermpje voor mij zie ik dat we nog zeven uur vliegen voor de boeg hebben. Ik zet mijn horloge maar vast een uur vooruit. Van Connie leen ik de Lonely Planet en de Bradt Travel Guide. Ik maak wat noodzakelijke aantekeningen voor als ik morgen zelf zonder reisgids zit. Af en toe kijk ik naar buiten, maar er is nog altijd niets dan zand te zien. Hier en daar vallen mij wat eigenaardige patronen op. Zo zie ik een aantal cirkels en sterren die op pogingen tot irrigatie lijken. Veel praat ik niet met mijn buurvrouw Connie, maar ik kom wel te weten dat ze in Hoorn woont, verpleegster is in een tehuis voor verstandelijk gehandicapten en eerder door Afrika heeft gereisd.
Rond zes uur wordt het donker buiten. Beneden is nog steeds de eindeloze zandwoestijn te zien, ofschoon we inmiddels boven Kenia vliegen, waar ik wat meer flora had verwacht. Ik ben uitgedroogd maar vind het vervelend om over de slapende Connie te moeten klimmen om achter in het toestel een bekertje drinken te kunnen halen. Uiteindelijk doe ik dat toch maar, want ik moest ook nog nodig naar het toilet.
Om kwart over acht zie ik in de diepte de lampjes die de kustlijn van de Indische Oceaan aangeven. We hebben nog twee uur en tien minuten vliegtijd voor de boeg. Nog 1800 kilometer, terwijl we er al 6965 hebben afgelegd sinds het vertrek uit Parijs. Iets meer dan een uur voor aankomst wordt nog even snel het diner geserveerd. Tijdens de landing moeten de stewardessen nog de troep ophalen en krijgen wij zo'n vervelende landingskaart uitgereikt waarop je dingen moet invullen waarvan je vindt dat een buitenlandse regering daar niets mee te maken heeft. Buiten is niets te zien. We vliegen volgens het kaartje op het lcd-scherm op de stoelleuning voor mij al een tijdje boven Madagaskar, maar het is een en al duisternis beneden. Pas enkele seconden voor de landing zijn de lichten van de landingsbaan te zien. Tijdens het taxiën probeer ik de landingskaart in te vullen, maar die is weer flink ingewikkeld gemaakt met alleen teksten in het Frans en het Malagasy.
Als ik in de rij voor de douane sta begrijp ik waarom de andere passagiers zo'n haast hadden om het vliegtuig uit te komen. Het duurt een eeuwigheid voordat er één paspoort gecontroleerd is. Na ruim een uur ben ik eindelijk aan de beurt, maar dan is de ellende nog niet voorbij. Ik heb een videocamera bij mij en die moet ik inklaren. Weer een uur wachten en ingewikkelde formulieren invullen. Gelukkig ben ik niet de enige die veel tijd nodig heeft, zodat anderen niet op mij hoeven te wachten.
Wybe loodst ons en de Zwitser Simon, waar hij tijdens de vlucht naast gezeten heeft, door een leger van uiterst opdringerige taxichauffeurs naar het minibusje dat ons naar het hotel in Antananarivo zal brengen. Het is zo net een georganiseerde groepsreis giechelt Fientje. In de verte zijn de door schaarse straatlantaarns verlichte twaalf heuvels van de hoofdstad van Madagaskar te zien.
| Terug naar het menu | Naar de volgende dag. |