Zondag, 2 februari 1997

Ondanks de jet-lag heb ik goed geslapen en sta ik rond acht uur uitgerust op. Het is nog vroeg, maar toch al behoorlijk warm. In een dun T-shirt geniet ik van een eenvoudig, maar smakelijk Frans ontbijt. De ontbijtzaal is een soort patio met golfplatendak. Verder zijn er alleen Franse toeristen die een groepsreis door Thailand maken. Ook het personeel is voornamelijk Franstalig. Dat komt omdat de eigenaar een met een Thaise getrouwde Fransman is.
Ik wandel naar de hoofdstraat om daar een fietstaxi naar het busstation te zoeken. Tuktuk- en taxichauffeurs bieden natuurlijk ook hun diensten aan, maar ik weet dat fietstaxi's goedkoper en bijna even snel zijn. Het duurt even voordat ik er een gevonden heb en het duurt nog langer voordat ik het oude mannetje duidelijk heb kunnen maken dat ik naar het busstation wil. Busstations liggen in Thailand altijd op grote afstand van de stadscentra en vaak zijn er aparte busstations voor bussen naar de verschillende windstreken. Ik moet nu naar het Arcade busstation voor de bussen naar het noorden.
De chauffeur begrijpt niets van mijn uit het reisboekje voorgelezen Thaise vertaling van busstation. Eerst brengt hij me naar het spoorwegstation. Lezen kan hij ook niet. Dan bedenk ik mij dat ik gewoon Chiang Rai moet roepen. En ja hoor. Hij begrijpt het. Dat ik niet met zijn fietstaxi naar Chiang Rai wil is duidelijk en zo kom ik op het busstation terecht. Een lange rit overigens.
De bus naar Chiang Rai is snel gevonden. Het is een kleurrijk model met een bijzonder rijkelijk met kitsch versierde bestuurderscabine, zeer donker glas en gordijntjes. De air-conditioning houdt het interieur op diepvriestemperatuur. Vlak voor het vertrek blijkt dat ik vooraf een kaartje had moeten kopen in het busstation. Dat is nu te laat. Mijn bagage ligt al in het ruim en ik heb geen zin om het risico te lopen dat ik de bus mis. Uiteindelijk moet ik van de conducteur toch naar het loket lopen, vanwaar hij mij vervolgens weer terugroept, waarna ik het kaartje alsnog van hem persoonlijk krijg. Thaise logica denk ik.
De rit naar Chiang Rai is niet echt leuk. Er is buiten niets te zien vanwege het donkere en vrij smerige glas. Bovendien doen de passagiers al snel de gordijntjes dicht om te kunnen slapen. De rit duurt drie uur en voert over een bochtige weg door de bergen.
Eenmaal in de betonwoestijn van Chiang Rai kan ik gelukkig op hetzelfde busstation overstappen op de bus naar Chiang Khong, de eindhalte in Thailand. Ik ben blij dat dit een gewone bus is zonder airconditioning. Dat is veel goedkoper en naar mijn mening ook heel wat comfortabeler. De verkoeling komt nu van de buitenlucht die via de opengeschoven ramen naar binnenwaait.
Onderweg babbel ik wat met een meisje dat er nogal Chinees uitziet. Ik denk dat zij tot een van de noordelijke minderheden behoort, maar zij ontkent dat. Later zitten nog wat andere mensen naast mij, maar die spreken geen westerse talen. Het geeft niets. De omgeving, waardoor de bus rijdt, is bijzonder boeiend.
Na een tijdje zie ik bergen in de verte. Volgens de kaart moeten die aan de overkant van de Mekong in Laos liggen. Leuk! Ik probeer wat foto's te maken door het geopende raam, maar dat is moeilijk vanwege de hoge snelheid en het gehobbel van de bus.
Ongeveer om drie uur rijdt de bus een zijstraatje in met aan de overkant een flink aantal taxi's en tuktuks. We zijn bij de eindhalte in Chiang Khong gearriveerd. Ik pak mijn spullen en zoek langs een warenhuis aan de hoofdstraat de schaduw op om even op mijn gemak het gidsje te kunnen lezen. Intussen zeuren de tuktuk-chauffeurs al aan mijn hoofd om mij een ritje te kunnen aanbieden. Ik besluit naar Ta-mi-la-guesthouse te gaan, omdat ze daar meteen mijn visum voor Laos kunnen verzorgen.

Het Ta-mi-la-restaurant met aan de overkant Laos Het is een kort ritje, want Chiang Khong is niet erg groot. Ta-mi-la ligt prachtig aan de Mekong. Terwijl ik via een fraai aangelegde tuin op de helling van de rivierover naar de lobby loop, zie ik de beroemde Mekong voor het eerst. Aan de overkant ligt Huay Xai, Laos.
Het personeel van Ta-mi-la spreekt goed Engels. Helaas is er geen 1-persoonskamer meer beschikbaar. Wel een 'double-room', maar die kost maar liefst 200 bath. Ik besluit die toch maar te nemen, omdat het guesthouse voor gasten redelijk voordelige visa-services biedt. 1600 in plaats van 1700 bath. Erg duur, maar wel binnen een etmaal geregeld. Het kan nergens sneller.
Aanvankelijk wilde ik wat plaatsen in de buurt bezoeken. Het is bijvoorbeeld mogelijk om met de bus naar het drie-landen-punt te reizen. Van daaruit kun je Thailand, Laos en Birma zien. De grens oversteken is echter niet mogelijk, want die wordt door rivieren gevormd en oversteken is verboden.
Maar nu ik eenmaal in Chiang Khong ben en aan de overkant van de Mekong mijn bestemming zie liggen, hoeft het allemaal niet meer zo. Ik besluit er een rustig middagje van te maken. Eerst het dorp verkennen en mijn voor de tropen veel te lange haar laten knippen. De kapster, die uit oogpunt van hygiëne een mondkapje en handschoenen draagt, levert goed werk af. Er is ook een postkantoor, maar dat is op zondag gesloten. Wel kan ik geld uit de muur halen. Dat verbaast mij best wel in deze uithoek van het Rijk van Siam. Meer dan 1000 bath geeft het apparaat echter niet, zodat ik morgen toch nog even langs het postkantoor moet. Overal adverteren de guesthouses met visa-service en tochtjes door Laos.
Het avondeten bestel ik bij een Chinees restaurantje. Daar ontmoet ik Frans, een nogal forse Duitser uit de omgeving van Hamburg. Hij gaat net als ik naar Laos, om daar op de bonnefooi rond te reizen. Ik zeg hem dat ik wel wat Duits spreek, maar hij vindt het geen bezwaar om in het Engels met elkaar te praten. Ik vind het best, want Engels gaat mij beter af dan Duits.
Ik wil vroeg naar bed gaan, maar ontdek al snel dat dit niet zoveel zin heeft. Ik heb geen slaap (het is net middag in Nederland) en de bedden zijn keihard. Eigenlijk ongeschikt om op te liggen. Bovendien maakt een groepje mensen op het terras nogal lawaai. Ook anderen schijnen er last van te hebben, want ik hoor de buren mopperen.
Uiteindelijk sta ik maar op en sluit ik mij aan bij het gezelschap. Dat is gezelliger dan wakker liggen. Bovendien biedt het terras van Ta-mi-la een ongekende ambiance. Het is er werkelijk geweldig. Omringd door tropische planten in een prachtige tuin op een patio onder een bamboedak, met uitzicht over de Mekong-rivier. Bediening is er natuurlijk niet meer, maar ik kan zo een fles Singa-bier uit de koelkast pakken. Die reken ik morgen wel af. De rest van het gezelschap bestaat uit een Engels meisje, Margareth, en een Belgisch stel dat niet naar Laos gaat. Dat vind ik weer echt iets voor Belgen om tijdens een rondreis op de motor door Thailand in deze uithoek verzeild te raken. Buitenlanders komen hier normaal alleen om naar Laos te gaan.
Zo rond een uur of een 's nachts zit ik als enige nog op het terras. Ik besluit toch maar naar mijn kamer te gaan in de hoop nog enige uren te kunnen slapen.

Terug naar het menuNaar de volgende dag.