| Zondag, 2 februari 1997
Ondanks de jet-lag heb ik goed geslapen en sta ik rond acht uur uitgerust op. Het is nog vroeg, maar toch al behoorlijk warm. In een dun T-shirt geniet ik van een eenvoudig, maar smakelijk Frans ontbijt. De ontbijtzaal is een soort patio met golfplatendak. Verder zijn er alleen Franse toeristen die een groepsreis door Thailand maken. Ook het personeel is voornamelijk Franstalig. Dat komt omdat de eigenaar een met een Thaise getrouwde Fransman is. |
Het is een kort ritje, want Chiang Khong is niet erg groot. Ta-mi-la ligt prachtig aan de Mekong. Terwijl ik via een fraai aangelegde tuin op de helling van de rivierover naar de lobby loop, zie ik de beroemde Mekong voor het eerst. Aan de overkant ligt Huay Xai, Laos. Het personeel van Ta-mi-la spreekt goed Engels. Helaas is er geen 1-persoonskamer meer beschikbaar. Wel een 'double-room', maar die kost maar liefst 200 bath. Ik besluit die toch maar te nemen, omdat het guesthouse voor gasten redelijk voordelige visa-services biedt. 1600 in plaats van 1700 bath. Erg duur, maar wel binnen een etmaal geregeld. Het kan nergens sneller. Aanvankelijk wilde ik wat plaatsen in de buurt bezoeken. Het is bijvoorbeeld mogelijk om met de bus naar het drie-landen-punt te reizen. Van daaruit kun je Thailand, Laos en Birma zien. De grens oversteken is echter niet mogelijk, want die wordt door rivieren gevormd en oversteken is verboden. Maar nu ik eenmaal in Chiang Khong ben en aan de overkant van de Mekong mijn bestemming zie liggen, hoeft het allemaal niet meer zo. Ik besluit er een rustig middagje van te maken. Eerst het dorp verkennen en mijn voor de tropen veel te lange haar laten knippen. De kapster, die uit oogpunt van hygiëne een mondkapje en handschoenen draagt, levert goed werk af. Er is ook een postkantoor, maar dat is op zondag gesloten. Wel kan ik geld uit de muur halen. Dat verbaast mij best wel in deze uithoek van het Rijk van Siam. Meer dan 1000 bath geeft het apparaat echter niet, zodat ik morgen toch nog even langs het postkantoor moet. Overal adverteren de guesthouses met visa-service en tochtjes door Laos. Het avondeten bestel ik bij een Chinees restaurantje. Daar ontmoet ik Frans, een nogal forse Duitser uit de omgeving van Hamburg. Hij gaat net als ik naar Laos, om daar op de bonnefooi rond te reizen. Ik zeg hem dat ik wel wat Duits spreek, maar hij vindt het geen bezwaar om in het Engels met elkaar te praten. Ik vind het best, want Engels gaat mij beter af dan Duits. Ik wil vroeg naar bed gaan, maar ontdek al snel dat dit niet zoveel zin heeft. Ik heb geen slaap (het is net middag in Nederland) en de bedden zijn keihard. Eigenlijk ongeschikt om op te liggen. Bovendien maakt een groepje mensen op het terras nogal lawaai. Ook anderen schijnen er last van te hebben, want ik hoor de buren mopperen. Uiteindelijk sta ik maar op en sluit ik mij aan bij het gezelschap. Dat is gezelliger dan wakker liggen. Bovendien biedt het terras van Ta-mi-la een ongekende ambiance. Het is er werkelijk geweldig. Omringd door tropische planten in een prachtige tuin op een patio onder een bamboedak, met uitzicht over de Mekong-rivier. Bediening is er natuurlijk niet meer, maar ik kan zo een fles Singa-bier uit de koelkast pakken. Die reken ik morgen wel af. De rest van het gezelschap bestaat uit een Engels meisje, Margareth, en een Belgisch stel dat niet naar Laos gaat. Dat vind ik weer echt iets voor Belgen om tijdens een rondreis op de motor door Thailand in deze uithoek verzeild te raken. Buitenlanders komen hier normaal alleen om naar Laos te gaan. Zo rond een uur of een 's nachts zit ik als enige nog op het terras. Ik besluit toch maar naar mijn kamer te gaan in de hoop nog enige uren te kunnen slapen. |
| Terug naar het menu | Naar de volgende dag. |