Zaterdag, 1 februari 1997

Don Muang, de internationale luchthaven van Bangkok, heeft een deprimerende aankomsthal. Het is binnen alsof het buiten altijd donker is. Er is geen visueel contact met de buitenwereld, behalve direct bij de gates. De sfeer wordt nog benadrukt door het riante gebruik van donkere tinten bruin en grijs. Het is er ook groot en ruim. Je voelt je er als mens nietig, als enkeling in een dwalende massa op weg naar douane, vliegtuig of uitgang.

Het is tien over zes in de ochtend, 1 februari 1997, en nog vrij rustig op de luchthaven. Toch komen rond deze tijd al veel vliegtuigen aan. De tot de laatste plaats volgeboekte vlucht in de MD11 van Thai Airways leek extra lang te duren vanwege de korte dag en de korte nacht. Al rond vier uur 's middags Nederlandse tijd ging boven Turkije de zon onder. In Bangkok was het op dat moment tien uur 's avonds en al lang donker. Nu, acht uur later, komt buiten de zon weer op, maar dat is vanuit het luchthavengebouw niet te zien. Binnen heerst de eeuwige schemer.
De grenscontrole werkt niet bepaald snel in Thailand. Ik kijk of ik mijn in het vliegtuig gekregen immigratiepapperassen compleet heb. Welcome in the kingdom of Thailand staat er gastvrij op. Maar het kost mij een halve balpen om alle formulieren in te vullen. Toch is de grenspassage slechts een eenvoudige formaliteit. Stempeltje, nietje en klaar. Ik ga eens kijken wat er van mijn bagage is heel gelaten.
Het duurt even voordat ik door heb dat de bagage van mijn vlucht in het andere terminalgebouw is aangekomen. Daar ligt mijn rugzak met alles wat ik nodig heb om de komende weken te overleven. Ik gesp hem op, pak de rest van mijn spullen, wissel wat guldens om in Thais geld en loop naar de uitgang waar de richting naar het station staat aangegeven. Via een loopbrug over de altijd zeer drukke vierbaanssnelweg langs de luchthaven bereik ik het airport-hotel vanwaar ik redelijk veilig naar het station kan wandelen.
Eenmaal buiten valt er een deken van hitte en stank over mij heen. De reuk is typerend voor Bangkok en wordt veroorzaakt door het vele verkeer en de overal aanwezige vuilstortplaatsjes. Ondanks het nog vroege tijdstip is alles al volop in beweging.
Aangekomen op het station sluit ik mij achter in de rij aan en weet na enige minuten een enkeltje Chiang Mai te bemachtigen. Het wordt een treinreis van elf uur als alles meezit. Helaas zijn alleen kaartjes voor de derde klasse te verkrijgen. De Rapid, zoals de trein ten onrechte genoemd wordt, heeft ook alleen maar derde klasse. De Express is een stuk luxer, met ook eerste en tweede klasse, maar daarvoor moeten kaartjes meestal vooraf gereserveerd worden en dat kan niet hier.

Treinkaartje naar Chiang Mai

Er stappen veel mensen uit bij Don Muang. Het kost dan ook weinig moeite om een zitplaats te bemachtigen in de doorgaans overvolle trein. De ramen staan wijd open en gelukkig zijn de tweepersoons banken gestoffeerd en redelijk comfortabel. Helaas draaien de plafondventilatoren alleen als de trein rijdt. Maar dan waait er ook wel voldoende wind door de open ramen. Daardoor leiden de plafondventilatoren een nogal nutteloos bestaan.
Ik probeer te vergeten dat het in Nederland nu half twee in de nacht is en dat ik in het vliegtuig geen oog heb kunnen dichtdoen. Ik was wel heel moe maar had teveel om over na te denken. Ook werd ik door neerslachtigheid gekweld. Misschien vanwege de overdosis Lariam voor vertrek. Toen ik ze haalde bij de dokter hoorde ik dat ineens drie in plaats van een week voor vertrek met de kuur moest worden begonnen. Drie van die pillen achter elkaar kan nooit gezond zijn. Je zou leuk kunnen kletsen tijdens zo'n lange vlucht, maar mijn buurman, die tijdens de vlucht zijn kennis van de Thaise taal zat bij te spijkeren, vind ik daarvoor niet het meest ideale gezelschap.

In de trein ziet alles er een stuk vrolijker uit. Eenmaal in beweging waait er een zachte bries door de wagons die de warmte goed dragelijk maakt. En bij ieder station - de Rapid stopt erg vaak - bestormt de locale bevolking de trein met verse maaltijden, fruit, water en snacks. Uit angst voor voedselvergiftiging beperk ik mij tot op het station gekochte koekjes en water, hoewel de saté-achtige snacks en kippenpootjes er verleidelijk uitzien.
Het landschap blijft vele uren hetzelfde, maar rond de middag zijn aan de horizon vaag de bergen te zien. Deze sluiten zich als een hoefijzer rond het uitgestrekte Thaise laagland. Toch duurt het nog tot zo'n vier uur in de middag voordat de trein de vlakte verlaat en aan het bochtige, stijgende traject begint. De meeste mensen hebben de trein onderweg verlaten en er komen weinig nieuwe passagiers bij. Wel een lawaaiige schoolklas. Ik heb nog een kort babbeltje met een van de onderwijzeressen. De eerste vraag is natuurlijk 'where do you come from'. Dit is Azië.
De zon gaat fraai onder in de bergen. Of het door vonken van de treinen of sigarettenpeuken komt weet ik niet, maar onderweg staat op verschillende plaatsen de berm in brand. Blussen gebeurt niet. Kennelijk lopen dergelijke brandjes nooit uit de hand.
Al snel is het buiten donker. Het wordt nu ook kouder. Ik heb echter geen zin om alle ramen dicht te schuiven. Dat kan ook niet altijd. Sommige ramen zitten muurvast. Ik trek dus maar wat warms aan. De schoolkinderen weten zich behoorlijk te gedragen. Ondanks dat de vele uren durende treinreis voor hen toch knap vervelend moet zijn. Volgens het onderwijzeresje zijn ze vandaag naar een natuurpark in Midden-Thailand geweest.
Aan de steeds langere wachttijden op de stations is te merken dat we de eindbestemming naderen. Vanwege het enkelspoor moet dikwijls op tegenliggers of snellere Express-treinen worden gewacht. Ongeveer acht uur 's avonds, met dus bijna twee uur vertraging, rijdt de trein het eindstation van Chiang Mai binnen. Het eerste stuk zit erop.
Buiten volgt de bestorming door taxi- en tuktuk-chauffeurs. 'Centre, hotel, guesthouse!' schreeuwen ze in koor. Ik heb geen belangstelling. Ik wil zuinig aan doen en ik weet dat het centrum vlakbij is. Als ik geluk heb komt er nog een bus. Die kosten bijna niets in Thailand. De bus komt niet. Dus het wordt lopen. In de buurt van het station zijn ook wel hotels, maar de buurt ziet er niet gezellig uit. Chiang Mai schijnt een gezellig centrum te hebben, dus lijkt het mij beter verder te wandelen. Via een fel verlichte en met verkeer verstopte brug kom ik het centrum binnen. Het valt allemaal wat tegen. In een boekje had ik al gelezen dat de 'Roos van Noord-Thailand' behoorlijk aan het verwelken was, maar nu kon ik het met eigen ogen zien. Met een kaartje uit hetzelfde boekje zoek ik naar het aanbevolen 'Your House Guesthouse'. Het duurt even om het te vinden, maar uiteindelijk lukt dat toch, via een netwerk van steegjes. Ik begin nu toch wel vermoeidheid te voelen. Gelukkig is er nog een kamer voor weinig geld, zodat ik mijn spullen kan neerzetten om het centrum van Chiang Mai te verkennen.
Nu het avond is en lekker koel, is het toch wel erg leuk om in Thailand te zijn. Het is hier echt de tropen met die typische oriëntaalse sfeer. Ik verheug me al op het heerlijke eten dat hier te koop is. Alles verloopt perfect tot nu toe.
Toch valt Chiang Mai tegen. Een te hoog Mallorca-gehalte. Teveel toeristen van het soort dat je hier eigelijk liever niet tegenkomt. Dikke, oude, lelijke Europeanen met heel jonge Thaise meisjes en brallerige Engelsen en Duitsers. De 'evening-market' is waarschijnlijk ook niet meer wat het ooit geweest is, want veel meer dan waardeloze toeristenprullen hebben de uitbaters niet. Biefstuk met patat, bradwürst met sauerkraut, het is allemaal te koop in Chiang Mai. Maar ik heb meer interesse in Tom Yam, de heerlijke lemon-grass soup met kokos en verse ingrediënten. Na een tijdje zoeken plof ik neer in het minst onaantrekkelijke restaurant van de drukke uitgaansbuurt. De soep wordt geserveerd, met verse schaaldieren. Toch heb ik in Nederland wel eens lekkerder Tom Yam gegeten. Ik denk dat de Thais hier het niet meer de moeite vinden om zich culinair uit te sloven.
Wat mensen zo geweldig vinden aan het 'paradijselijke' Chiang Mai begint mij steeds meer te verbazen. Ik ben blij dat ik er morgen al weer weg ga. Ik loop via een ommetje terug naar het guesthouse, dat nu gelukkig veel makkelijker te vinden is en zoek na een uitgebreide, koude douche mijn bed op.

Terug naar het menuNaar de volgende dag.