Kazachstan

Tijdens mijn treinreis naar China reisde ik tussen 29 juni en 4 juli 1993 door Kazachstan. Ik had bewust niet gekozen voor de geijkte Transsiberiëspoorweg door Mongolië. Via de net opgestelde zuidelijke treinroute zou ik namelijk meteen het noordwesten van China kunnen zien.

Van Kazachstan heb ik niet veel meer gezien dan de stations onderweg. Alleen in de hoofdstad Alma-Ata - die nu Almaty heet en niet meer de hoofdstad is - bracht ik meerdere dagen door om een beetje rond te kijken. Kazachstan is een woestijnland dat vooral in het westen sterk Arabisch aandoet met zijn witte gebouwen en blauwe luikjes voor de ramen. Meer naar het oosten is het land typisch Aziatisch. Het is leuk om in de trein onderweg de mensen te zien veranderen. In het westen werden de coupés nog voornamelijk door Europees uitziende reizigers bevolkt, maar naar mate Alma-Ata in de buurt kwam, kregen de passagiers duidelijke Aziatische trekjes.

Alma-Ata is een verhaal op zich. Na dagen treinen door woestijnen lijkt het ineens alsof je in Zwitserland bent aangekomen. De lelijke socialistische architectuur wordt keurig gecamoufleerd door eeuwen oude, statige bomen in de zeer brede lanen. De horizon bestaat uit een op de Alpen lijkend gebergte met uitgestrekte dennenwouden. Ik ben die bergen nog een middag ingeweest en dat was een ware verademing.

Het reisverslag van Kazachstan maakt deel uit van mijn grote reisverslag van China.

Terug naar het menu