Zaterdag, 14 april 2001
Half zeven staat Diana op. Ik volg een kwartiertje later nadat ik toch mijn bed uitmoest om de wektelefoon tot zwijgen te brengen. Het ontbijt is voortreffelijk. Het is een volgens Peter Langhout-tradities uitgekleed buffet, maar wel met heerlijke, verse croissants en stokbrood. Ook staan er grote kannen jus d'orange en kan ik met heet water een soort chocoladedrank maken. De 'normale' gasten zitten in een andere zaal en genieten ongetwijfeld van yoghurt, fruit en andere ontbijtlekkernijen. Maar wij hebben weer veel minder betaald.
Stipt om acht uur draaien wij het industrieterrein af richting Basel. De snelweg voert door dit laatste stukje Frankrijk van onze reis door prachtige naaldbossen. Na een minuut of tien stoppen we voor de Zwitserse grens. Hier bestaat geen vrees meer voor MKZ-controles, maar krijgt Joop wel de schrik van zijn leven als hij hoort dat de tien daagse tolpas 'iets' duurder is geworden. Het was 13,5 euro en is nu 90 euro. Maar ja, je kunt niet even omrijden en dat weten ze bij de grens ook wel. Betalen dus maar. We hobbelen Basel in. De stad lijkt wel op Den Haag. Alles is opgebroken en de straten zijn verlaten. Via een aantal half voltooide tunnels rijden we naar de andere kant van de stad waar de snelweg naar het zuiden begint. Van de stad zelf zien we nauwelijks iets. Behalve als we twee maal via een hoge brug de Rijn passeren. Jammer, want de bochtige tunneltjes vormen voor wat het uitzicht betreft bepaald geen verbetering. Als we de snelweg oprijden is het eindelijk even uit met de tunneltjes. Zwitserland is in dit deel nog relatief vlak, maar de hoge bergen van de Alpen zijn al vaag zichtbaar. In de buurt van Luzern hebben de bergen al een aardige hoogte bereikt. Helaas zien we ook van het prachtige Luzern niets. Daar is de tunnel al voltooid. Wel prettig voor de mensen die er wonen, maar niet voor ons. Het landschap na Luzern maakt veel goed. Afgezien van de vele fabrieken langs de snelweg is buiten veel moois te zien. Op de toppen ligt nog volop sneeuw. Helaas is het ook vandaag bewolkt, koud en zelfs een beetje mistig. Langs de weg ligt verse sneeuw.
Net voorbij de Vierwaldstätter See pauzeren we even bij een benzinestation. Er is een klein wegrestaurantje, maar Diana en ik gaan liever een klein stukje wandelen. Helaas zijn er niet veel mogelijkheden. Te laat ontdekken we dat we een leuk stukje langs een mooi bergriviertje hadden kunnen lopen. Maar dan rijdt de bus al weer. We gaan de eindeloze Gotthardtunnel in. 17 kilometer duisternis. We zijn blij dat er geen verkeersopstoppingen zijn vandaag. Halverwege kondigt Joop aan dat we nu in het Italiaans sprekende deel van Zwitserland zijn aangekomen en dat het aan de andere kant van de tunnel wel eens heel mooi weer zou kunnen zijn. Hij krijgt gelijk. Het daglicht aan het eind van de tunnel is oogverblindend. Meteen straalt de zonnewarmte de bus in. Een half uurtje later bij Bellinzona stoppen we voor de lunch. Ditmaal bij een Mövenpick-kwaliteitsrestaurant. Binnen doet het sterk aan het Nederlandse La Place denken van V&D. Prachtige buffetten met heerlijk voedsel. Wij houden het bij een Mövenpick-ijshoorn zoals je die alleen in Zwitserland kunt kopen. Het is het lekkerste ijs van de wereld. Op het zonovergoten terras laten wij het ons smaken. Het is gedaan met de kou. Het ijsje is een hele maaltijd. Ik krijg het net op tijd op, want na drie kwartier is het weer de hoogste tijd om te vertrekken. Joop is een man van de klok. De volgende stop zal in Italië zijn, waar we nu vlakbij zijn gekomen. De bergen worden al weer lager sinds we de Gotthard zijn gepasseerd. We zien nog wel het indrukwekkende Lago di Lugano. Het is nog Zwitserland, maar de omringende bergen liggen in Italië. Via het zuidoostelijkste puntje Zwitserland rijden we naar de grens bij Como. Hier is helemaal geen controle van betekenis. Eindelijk zijn we in het land van bestemming aangekomen.
Met de bergen is het nu gedaan. Door het begin van de Po-vlakte rijden we naar Villoresi waar we weer pauzeren. Omdat het inmiddels een gewoonte is geworden, maken Diana en ik weer een wandelingetje. Ditmaal vergezeld door onze naaste buren in de bus, Aad en Vera Muller. De dames houden het al snel voor gezien, maar Aad en ik lopen nog een stukje verder om de Italiaanse sfeer eens goed op te snuiven. Als we via een ommetje terugkomen bij het wegrestaurant moeten we door een gat in een gaashek klimmen. Het is niet netjes, maar het scheelt twintig minuten teruglopen. Dus dan mag het. Bij het restaurant staat een zeer hoge, markante reclamezuil op ranke poten. Het doet vaag aan de zonnige jaren vijftig denken. Misschien stond die zuil er toen ook al. Richting Milaan passeren we rijstvelden. Orizzarijst, zegt Joop. Van Milaan zien we ook niets. Niet vanwege tunnels, maar gewoon omdat we er met een zeer wijde boog omheen rijden. We vervolgen de rit zuidwaarts richting Genua. Een stukje om, maar volgens Joop een mooie route.
Rond drie uur komen we bij het ongeveer 30 kilometer lange Genua aan en aan het eind van de weg zien we de helderblauwe Middellandse Zee. Een prachtig gezicht. Helaas gaat het hier tunneltje in tunneltje uit. Een mooiere weg loopt vlak langs de kust, maar dat schijnt niet bepaald een snelle route te zijn. We houden dus de snelweg aan die door ruim vijftig tunnels loopt richting La Spezia. In de late namiddag passeren we de marmergroeven van Carrara. Overal langs de weg staan hoge stapels met het kostbare gesteente. Joop legt uit hoe het gewonnen wordt en hoe het met langzame, speciale vrachtwagens van de berg naar zee wordt gebracht. Langs de weg staan talloze marmerfabrieken, waar de brokstukken tot glanzende platen en beelden worden verwerkt. Bij Viareggio verlaten we de kustweg en het uitzicht over de Middellandse Zee. Iets later is heel ver in de verte Pisa te zien. De beroemde Scheve Toren is slechts een streepje op deze afstand, maar wel te zien. We zijn nu in Toscane, al ziet het er vanaf de snelweg nog niet zo lieflijk uit als in de boekjes. Toch is het wel erg mooi. Vooral de sierlijke reuzenconiferen. Tegen half zeven rijden we Montecantini di Terme binnen, waar we twee nachten zullen verblijven. Het verkeer staat hier behoorlijk vast. Als we eindelijk de dorpskern naderen, moet de bus een parkeerterrein op. De bus mag de stad binnen, maar dat kost dan wel 90 gulden. Minister Netelenbos zou ervan kwijlen als ze zou zien hoe hier het verkeer wordt afgeperst, zegt Joop. Na betaling mogen we weer aansluiten in de file richting centrum. Het is ongeveer zeven uur als Joop een parkeerplaats heeft gevonden, maar dat is wel ruim vijf minuten lopen van het hotel. Dat wordt dus sjouwen. We zitten in hotel Marina, dat - zoals we al verwacht hadden - aanzienlijk minder luxe is dan het Mercurehotel van de vorige nacht. Het lijkt wel een beetje op een jeugdherberg. Tot overmaat van ramp logeert er ook nog een jeugdvoetbalelftal. Een aantal gasten wordt in een nabijgelegen hotelletje ondergebracht, dat van horen zeggen achteraf beter bleek dan Marina. Maar wij hadden geen zin om nog verder met onze bagage te slepen. We worden ondergebracht in een gelukkig nog enigszins rustig uithoekje van de derde en meteen hoogste etage. We passen met zijn tweetjes net in het kleine liftje. Op de kamer valt het tegen dat er nauwelijks ramen zijn. Alleen kleine luikjes op plinthoogte. Maar goed. Het is schoon. We zullen het wel overleven. In de eetzaal wordt flink gemopperd. Het is ook niet leuk om met zijn allen aan tafeltjes te zitten die voor kinderen gemaakt te lijken zijn. Het eten is ook geen reden om voor naar Italië te gaan, maar het is naar binnen te krijgen. We weten nu dat we niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.
Na het eten maken we nog een wandelingetje door het gezellige dorp. Jammer dat het zelfs hier, in het zonnige zuiden nog behoorlijk koud is. Montecantine di Terme is vrij klein en we hoeven dan ook niet zo ver te lopen. Aan bezienswaardigheden heeft het plaatsje niet zoveel te bieden, alleen een fraai termenbad en een bergtreintje. Maar deze attracties zijn nu beide gesloten. Tien uur liggen we in best. Te vroeg voor een zaterdagavond.
| Terug naar het menu | Naar de volgende dag. |