Woensdag, 15 juli 1998

Afscheid nemen van het thuisfront is altijd een vervelend begin van een verre reis. Ik zwaai nog een keer naar mijn vrouw Diana als zij de vertrekhal van Schiphol uitloopt en sluit mij dan aan bij een lange rij Chinezen voor de vlucht naar Hong Kong. Na lang wachten ben ik eindelijk van mijn rugzak verlost en kan ik nog snel filmrolletjes en videocassettes kopen. Ik heb de slechte gewoonte om altijd een rug- en nekwervels vernietigend gewicht aan foto- en filmapparatuur mee te nemen. Die spullen, die ik in een buiktasje draag, zijn minstens zo zwaar als de rest van mijn bagage.
Ik slenter naar gate G3 waar de grote, groene Boeing 747 van Cathay Pacific staat te wachten. De lounge zit vol. Vooral Chinezen, maar ook Nederlanders die hoofdzakelijk - net als ik - doorreizen naar Bali. Indonesië is nog steeds in trek, ondanks de politieke instabiliteit, de voortdurende rellen, bosbranden en economische malaise.
Het is een vreemd idee. Zo'n lange vlucht over Oost Europa, Rusland en China om ruim tien uur later in Hong Kong te landen. Ik zit net achter de vleugel aan het raam aan de rechterzijde. Naast mij zit een lawaaiige groep Nederlanders die eindeloos van plaats wisselen om maar zo dicht mogelijk bij elkaar te kunnen zijn. De porseleinen popjes van stewardessen lopen veiligheidsgordels controlerend van voor naar achter, terwijl op de beeldschermen aan het plafond en in de stoelen voor ons de veiligheidsinstructie wordt vertoond. Het valt mij op dat het cabinepersoneel een behoorlijk aantal nationaliteiten vertegenwoordigt. Chinezen, maar ook een Japanse, een Thaise en een meisje van de Filippijnen.

Op tijd starten we vanaf de Kaagbaan. Ik zie Hoofddorp, Nieuw-Vennep en zelfs nog even mijn woonplaats Hillegom. Diana moet ondertussen al lang en breed thuis zijn. Dan glijden de eerste wolken onder ons voorbij. De Jumbo klimt snel en zet met een statige bocht koers naar het oosten. Door gaten in het wolkendek herken ik Utrecht en Amersfoort nog, maar als na ruim een half uur de bewolking weer openbreekt, kan ik niets meer van de brei van wegen, landerijen en rivieren herkennen. Waarschijnlijk vliegen we al boven Duitsland.

Uitzicht Het is een super-de-luxe vliegtuig, maar het beeldschermpje in de stoel voor mij weigert de menu-instructies te gehoorzamen. Ik probeer vluchtinformatie op te vragen, maar het systeem lijkt een geheel eigen leven te leiden. Van alles komt er op het scherm, behalve een kaartje van Europa met daarop de positie van het vliegtuig. Pas als we ergens ten zuiden van Moskou vliegen, lukt het mij om het juiste kanaal te selecteren. Ik durf het apparaat meteen niet meer aan te raken. Toch valt het beeld na een tijdje geheel vanzelf weer weg. Ik geef het maar op.
Als ik het op porseleinen servies met metalen bestek geserveerde diner achter de kiezen heb ga ik op zoek naar mijn deken en kussen en probeer ik wat te slapen. Het is pas half zeven, maar buiten is het al nacht. Aan het begin van de vlucht werd een pakketje uitgedeeld met groene oversokken, een masker, oordopjes en een koptelefoon. Ook zat er een minuscuul tandenborsteltje en een piepklein tubetje tandpasta in. Zelfs een groen kammetje had men niet vergeten. Alle luxe kan echter niet verhinderen dat ik de slaap niet kan vatten. Lezen lukt ook niet. We vliegen noordelijk van de Himalaya China binnen. In de zwarte diepte zie ik hier en daar lichtjes van kleine steden fonkelen. Het geeft mij een gevoel van sensatie om na slechts een paar uur vliegen China te zien. Boven in de inktzwarte lucht zijn vaag wat sterren zichtbaar. Om twee uur 's nachts Nederlandse tijd zullen we in Hong Kong landen. Geen prettig vooruitzicht.

Terug naar het menuNaar de volgende dag.