Indonesië

In de zomer van 1998 was Indonesië aan de beurt. Mijn hoofddoel was de meest oostelijke provincie Irian Jaya, die tegenwoordig West-Papua heet. Ik bezocht daar gebieden waar mensen nog praktisch in het stenen tijdperk leven. Om te acclimatiseren bracht ik eerst drie dagen op Bali door. Uitrusten kwam er niet van, want als ik ergens ben wil ik wel meteen alles zien.

Via een aantal etappes vloog ik vervolgens naar Wamena in de Baliem-Valei waar ik gedurende bijna drie weken twee lange trektochten maakte. Daarna bracht ik nog een week op het natuurparadijs Yapen door en een week op Sulawesi, waar ik het prachtige Tana Toradja bezocht. Java en Sumatra, waar iedereen naar toe gaat, heb ik links laten liggen. Die eilanden komen later nog wel eens.

Het leven in het voormalige Irian Jaya is verbluffend. Je kunt je niet voorstellen dat je anno 1998 voor zeven varkens een vrouw kunt kopen, dat bruiden worden geschaakt en dat primitieve mensen nog volgens een eeuwenoude, maar bijzonder succesvolle cultuur kunnen leven. Aan dat laatste zal wel snel een einde komen, want de Indonesische regering laat er niets aan gelegen om de Papua-cultuur de kop in te drukken. Bovendien doet de westerse 'beschaving' haar intrede. Vooral de min of meer gedwongen immigratie van Javanen en Sulawesiërs brengt de Papua-cultuur weinig goeds. Het duurt misschien nog een paar jaar, maar dan hebben de Papua's een GSM in plaats van een peniskoker.

Terug naar het menu.