Zaterdag, 18 mei 2002

We moeten redelijk vroeg op, want 8 uur staat het ontbijt klaar. Het valt niet tegen. Een luxe buffet met yoghurt, croissants en ander vers lekkers. 9 uur vertrekt de bus voor een ritje door de omgeving. We zitten nu niet meer voorin, want collectief is besloten om elke dag twee plaatsen met de klok mee te verschuiven. Zo komen wij op de tweede rij stoelen aan de rechterkant te zitten. Er komt ook een gids aan boord. Een kleine Duitse vrouw van een jaar of vijftig die goed Duits spreekt.
We rijden een klein stukje en stoppen dan voor het Kurhaus en het Casino. De begin twintigste eeuw gebouwde monumenten zijn aardig om te zien, maar moeten de concurrentie in veel andere steden het hoofd bieden. We sukkelen verder door de drukke stad. Volgens de gids is Wiesbaden een van de rijkste steden van Duitsland. Dat is ook wel te zien. Overal lommerrijke lanen met kapitale villa's. Eenmaal buiten de stad zetten we koers naar de Neroberg om de Griechische Kapelle te bezoeken. Dat is een in Russisch Byzantijnse stijl gebouwde grafkerk uit 1845. We stoppen op het kerkplein en ik ren als een van de eersten de bus uit om wat foto's zonder vervelende mensen op de voorgrond te maken. Helaas wordt ook dit gebouw gerenoveerd. Er staan weliswaar geen steigers omheen, maar wel bouwhekken. Met de nodige moeite weet ik nog wat foto's te maken, waarop in ieder geval de vijf gouden koepels tot hun recht komen.
We moeten betalen om naar binnen te mogen, maar het is de 60 eurocent wel waard. Het interieur is prachtig. Tenminste, als je barok kunt waarderen. Binnen zit in het schemerdonker een baardig heerschap dat entreebewijzen, ikonen en ansichtkaarten verkoopt. Als zijn aandacht even afgeleid is, zet ik hem op de foto.
We zetten de tocht voort naar Heidelberg. Onderweg merken we nog net dat het gaat regenen. De rest van de rit liggen we te slapen tot we rond het middaguur op de plaats van bestemming aankomen. Het is weer droog gelukkig. We krijgen twee uur de tijd om het stadje langs rivier de Neckar te verkennen. Mijn grootmoeder ging hier vroeger op vakantie naar toe. Dat was in een tijd dat vliegen alleen nog voor de allerrijksten was weggelegd.
We kijken even naar de fraaie villa's aan de overkant van de rivier en lopen dan naar de enige, maar wel heel lange hoofdstraat van de stad. Daar zijn de winkels en de broodjeszaken en daar is het gezellig. De sfeer is prima. Veel trendy zaakjes en bezienswaardige jongeren. Vanuit de hele stad is een grote kasteelruïne boven op een hoge berg te zien. We zouden er naar toe kunnen klimmen, maar misschien gaan we er later nog met de bus naar toe. We gokken maar op het laatste. In een zijstraatje kopen we wat blikjes drinken en op een bankje op een pleintje rusten we even uit. Als we tenslotte aan het einde van de winkelstraat zijn is het alweer half twee. Tijd om terug te lopen naar de bus. Diana is bang dat we het niet zullen halen, dus wil zij behoorlijk de pas erin zetten. Veel te vroeg komen we dus bij de standplaats, waar meer bussen staan te wachten. Die van ons is er echter nog niet. Wel staan er al wat mensen van het gezelschap, die nog banger zijn om in Heidelberg achter te moeten blijven.
Tien over twee rijdt de bus voor. Er komt weer een andere gids aan boord. Een Antwerpse. Lieve de Cok heet zij. De vrouw is ook een jaar of vijftig en heeft geverfd rood haar dat behoorlijk uitgegroeid is. Een oud meisje noemt zij zich, wat Diana behoorlijk op de lachspieren werkt. Bij het keren van de parkeerplaats rijden we bijna een Mercedes de Neckar in. De haastige automobilist wilde er nog net even langs. Het gaat allemaal net goed.
In de stad is verder weinig te zien, dus rijden we meteen naar het kasteel. Gelukkig zijn we daar niet naar toe gelopen, hoewel we achteraf ook een kabeltreintje hadden kunnen nemen. Lieve praat onderweg honderd uit over haar geheime gratis parkeerplaats in de stad waar parkeren overal praktisch onmogelijk is en natuurlijk heeft zij ook de nodige anekdotes over Hollanders te vertellen.
In het kasteel, of wat daarvan over is, kunnen we een kamer bezichtigen waar zich het grootste wijnvat ter wereld bevindt. Het Heidelberger Fass met een inhoud van 220.000 liter. Diana en ik geven echter de voorkeur aan het uitzicht over de stad, dat vanaf de kasteelmuren prachtig is. Het kasteel zelf stelt ons een beetje teleur. Het moet ooit heel mooi geweest zijn, tot de Fransen het in 1693 grotendeels hebben verwoest. Jammer, want het gebouwencomplex heeft als door een wonder de Tweede Wereldoorlog doorstaan. Het leukst is het plein bij de ingang. Daaromheen staan allerlei gebouwen die bouwstijlen uit verschillende tijdperken vertegenwoordigen. Gotiek, renaissance en barok zijn op een zodanige wijze gecombineerd dat het niet stoort.
Tijdens de terugreis halen we weer wat slaap in en rond vijf uur zijn we terug in Wiesbaden. Af en toe motregent het. We blijven maar in het hotel, want zes uur staat de schnitzel met tortellini en Balinese groentemix klaar. Na het eten wandelen we nog even naar de Altstadt. Het is inmiddels weer droog. We lopen langs een fonteintje boven een warme zwavelbron. Het stinkt behoorlijk en heel het trottoir is uitgebeten door het agressieve goedje. De warmte voelt wel lekker aan, want de zomer lijkt al weer voorbij. Via de oude straatjes en het nu bijna verlaten park wandelen we terug naar het hotel. We hopen dat de andere hotels ook op zulke goede locaties staan.

Terug naar het menuNaar de volgende dag.