Vrijdag, 17 mei 2002

Het is vandaag onze trouwdag. Zeven jaar geleden gaven Diana en ik elkaar het jawoord. Een mooie dag dus om aan een ontspannende rondreis te beginnen. Duitsland ditmaal. Een bestemming die in Nederland ten onrechte met een zwak imago kampt. Want onze oosterburen hebben veel te bieden. Meer dan menigeen denkt. Dat blijkt vooraf wel uit het reisgidsje dat ik bij de bibliotheek gehaald heb.
Net als vorig jaar kiezen we voor deze rondreis voor vergaand gemak. Daarom hebben we deze reis geboekt bij Peter Langhout. Tien dagen laten we de zorgen over aan de buschauffeur die ons de mooiste plekjes van Duitsland mag laten zien. Liever zouden we een dergelijke reis met de eigen auto maken, maar we hebben allebei geen tijd en zin gehad om de daarvoor benodigde voorbereidingen te treffen. Daar komt bij dat zo'n busreis niet alleen makkelijker, maar ook veel goedkoper is dan eigen initiatief.
De dag begint vroeg. Half vijf staat Diana al op om nog wat extra spullen in de al ruim twintig kilo wegende koffers te proppen. Als twee weken is zij bezig met kleding uitzoeken en bedenken wat er aan voedselvoorraad mee moet. Dat je alles ook in Duitsland kunt kopen, wil er niet in.
Kwart over zes belt mijn schoonvader op. Hij zou ons naar de opstapplaats, Haarlem Waarderpolder, brengen, maar zijn auto wil niet starten. Dan maar met onze eigen auto. Het wordt nu wel haasten, want zeven uur vertrekt de bus.
Met een flinke vaart snellen we naar Vogelenzang om pa op te halen en dan via Heemstede naar Haarlem. We hebben geluk dat de meeste verkeerslichten nog niet werken. Kwart voor zeven zijn we er. Een Peter Langhout-bus staat al passagiers in te laden, maar het blijkt niet onze bus te zijn. Die komt tien voor zeven. Ik merk dat ik mijn camcorder thuis heb laten staan. Jammer, want het is altijd leuk om direct na thuiskomst de beelden te kunnen bekijken. Op mijn Kodachrome-dia's moet ik altijd weken wachten.
Tien over zeven vertrekken we. Het is prachtig weer vandaag. Een wolkenloze hemel en een waterig zonnetje dat net opkomt. Op de A9 staat de vrijdagochtendfile, maar we zijn toch redelijk snel op het Stadionplein in Amsterdam waar nog wat extra passagiers opstappen. Dan rijden we in één keer door naar Eindhoven. Zoals ik al verwacht had, zijn we de eerste van de circa dertig bussen die nog zullen komen. Ik begrijp niet waarom we zo vroeg moeten vertrekken uit Haarlem. Nu moeten we ons enkele uren in het niet bepaald gezellige restaurant De Tongelreep zien te vermaken. De traditionele appelnotentaart staat al klaar.
Het wachten duurt lang. Eerst moeten alle bussen zijn aangekomen. En dan mag er nog gerookt worden ook in het kleine zaaltje, waar alleen Duitsland-reizigers en strandtoeristen voor Blanes zitten. Dan volgen rond half twaalf eindelijk de verlossende omroepberichten. Ik ben benieuwd wat voor bus en wat voor chauffeur wij zullen krijgen.
Het valt een beetje tegen allemaal. De bus is redelijk oud en de chauffeur ziet er niet naar uit dat hij geweldig veel zin heeft in deze reis. Het gezelschap is behoorlijk op leeftijd. Ik schat dat de jongste 55 jaar is en dat de gemiddelde leeftijd tussen de 65 en 70 zal liggen. In Italië waren we ook de jongste twee, maar toen reisden er toch ook nog wel mensen van in de veertig mee. Misschien zijn wij twintig jaar te vroeg begonnen aan dit soort reizen.
Als de grote parkeerplaats van de Tongelreep zo goed als leeg is, zet eindelijk onze bus zich in beweging. Ik had snel de voorste plaatsen geclaimd voor het geval er niet gerouleerd zou worden, zoals tijdens onze Italië-reis. Toen zaten we de hele rondreis achter de chauffeur. De vakantie is begonnen. Via Venlo verlaten we Nederland en gaan we op weg naar Koblenz waar we de Rijn zullen oversteken.
De chauffeur zegt weinig. Hij stelt zich voor als Ton en al vrij snel komen we er achter dat hij deze week eigenlijk vrij zou hebben, maar voor een zieke collega moest invallen. Dat belooft wat. De weg is ook niet bijster interessant tot Koblenz. Eindeloze snelweg door een zacht glooiend gebied. We beginnen aan de eerste van vele krentenbollen.
Na Koblenz volgen we de Rijn. Nu wordt de omgeving prachtig. En dan is het nog schitterend weer ook. Ton wil de rechter Rijn-oever volgen naar St. Goarshausen, waar we op de boot zullen stappen. Maar een omleiding gooit roet in het eten. We zijn gedwongen om land inwaarts te rijden en dat gaat op een gegeven moment fout. De omleidingroute blijkt niet geschikt te zijn voor bussen. Dus moeten we na een lange weg vol haarspeldbochten rechtsomkeert maken. Het humeur van Ton wordt er niet beter op.
Na nog een uurtje slingeren over prachtige wegen vinden we de Rijn-oever terug en rijden we verder zonder problemen naar St. Goarshausen. We zijn net op tijd voor de boot die ons via het mooiste gedeelte van de Rijn naar Rüdesheim zal brengen.
De boottocht is een onverwacht genoegen. We weten nog net twee stoeltjes op het bovendek te vinden. Zo varen we eerst langs het kleine beeldje van de beroemde Lorelay. Gelukkig kan het beeldje niet zingen, anders waren we wellicht ook op de klippen gevaren. St. Goarshausen is een berucht punt in de Rijn, al zijn de vele gevaarlijke rotsen jaren geleden opgeruimd.
We zitten op een soort waterbus die bij elk stadje even aanmeert. In het Duits en Engels wordt iets verteld over de plaatsen die wij aandoen. Langs beide oevers rijden treinen en op de meeste met druivenstruiken begroeide heuveltoppen staan kastelen, waarop soms met grote witte letters oneerbiedig 'hotel' staat gekalkt. We bestellen maar geen drankjes aan boord, want ook in Duitsland vormde de euro voor de horeca de gelegenheid om de prijzen flink naar boven af te ronden. Rond zes uur komen we in Rüdesheim aan. Helaas is er geen tijd meer om het leuke stadje te bekijken, want de chauffeur wil op tijd in Wiesbaden aankomen.
Zo rond zeven uur rijden we Wiesbaden binnen. Eerst zien we alleen industrieterrein. Ik hoop vurig dat wij niet net als vorig jaar in Frankrijk in een hotel op het industrieterrein worden gedropt. Want dan heb je niets aan je avonden. Maar gelukkig rijden we verder en stoppen we uiteindelijk voor een fraai, ouderwets hotel dat vlakbij het centrum tegenover een groot park staat. Hoe het hotel is weten we nog niet, maar met de locatie is in ieder geval niets mis.
Ook Hotel Fürchter valt niet tegen. Alleen is er geen lift en zitten we in de verste vleugel. Dat wordt dus sjouwen met twee koffers van 18 en 23 kilogram. Als ik een verre reis met de rugzak maak, heb ik in de regel niet meer dan acht kilogram bij mij. Maar dan laat ik Diana ook thuis en dat scheelt.
Voor het eten wil ik nog even door de stad wandelen. Diana wil wel mee, maar moet zich eerst nog even opfrissen. Een half uur later wandelen we via het park naar de stad. We passeren het indrukwekkende kuhrhaus van de rijke stad Wiesbaden en het casino. Alles is gesloten, maar toch is het heel levendig op straat. Via wat steegjes bereiken we het hart van de stad, waar een enorme roodbruine kerk staat. Helaas vindt net renovatie van de buitenkant plaats, zodat het gebouw grotendeels in steigers is verpakt. Dat zullen we nog vaker gaan meemaken in Duitsland.
Veel tijd om te lopen hebben we niet, want we moeten om half negen terug zijn voor het diner. Maar we hebben in ieder geval een eerste indruk opgedaan. Het is leuk dat we nu al zo ver van huis zijn. Het lijkt wel alsof we al enkele dagen op reis zijn.
Het eten smaakt redelijk. Het is niet zo slecht als in Italië vorig jaar. Na het diner wandelen we nog wat door het park tegenover het hotel. Het is er heerlijk rustig nu. Vogels zingen en bloemen geuren. Een echte zwoele zomeravond. In de verte zijn wat jongens aan het voetballen en af en toe puffen wat trimmers voorbij. Pas als het donker is gaan we terug naar het hotel.

Terug naar het menuNaar de volgende dag.