Cuba: het land van Fidel Castro, revolutie, oude Amerikaanse auto's, Hemmingway, sigaren en vooral muziek. Van 6 maart tot en met 29 maart 1998 had ik het genoegen om mijn tijd op dit heerlijke eiland in de Caribische Zee door te brengen. Omdat ik mij had laten wijsmaken dat het onmogelijk was om alleen door het land te reizen, had ik een rondreis geboekt met aansluitend 16 dagen om er zelf op uit te trekken. De rondreis was leuk, maar was achteraf niet nodig geweest. Trekken door Cuba is niet eenvoudig, maar ook niet onmogelijk. Met dollars en vooral geduld kom je overal waar je wezen wilt.
Het leukste van Cuba vond ik de 'jaren 50 sfeer'. Niet alleen de met enorme vleugels uitgeruste Amerikaanse auto's deden aan de tijd van Rocking Billy denken, ook het straatleven had nog de ouderwetse gezelligheid van vijftig jaar geleden. 's Avonds komt Cuba helemaal tot leven, als in de Casas de las Trovas en op de binnenhoven van de vervallen gebouwen de muziek begint. Muziek met een mengeling van Latijnse en Afrikaanse klankan, in beeld gebracht met exotisch dans. De muziek is een troost voor de bittere armoede in het economisch geruïneerde land, dat al veertig jaar zwicht onder wanbestuur en een handelsembargo.
Wie de moeite neemt wat Spaans te leren, geduld en begrip kan opbrengen voor een bevolking die het zeer moeilijk heeft en wie flink gespaard heeft (want goedkoop is Cuba bepaald niet) zal er de tijd van zijn leven meemaken. De vlucht er naar toe is voor rond de 800 euro te regelen en op het eiland zelf is het nodige te besparen door zoveel mogelijk gebruik te maken van de diensten die de bevolking levert, zoals overnachten in een casa particular en eten bij de plaatselijke paladar. Het levert de mensen een aardig centje op en de hartelijkheid en warmte wordt nog niet door het beste hotel geëvenaard.