Reizen door China is niet echt gemakkelijk. In het zuiden gaat het nog wel, maar in het noorden moet je door een muur van bureaucratie en onbegrijpelijke protocollen heen. Als onervaren reiziger koos ik er in 1993 voor om de treinkaartjes en hotels daarom maar alvast vanuit Nederland te regelen. Dat is erg duur, maar scheelt in China veel kostbare tijd en ergernis. Van andere reizigers hoorde ik de afgelopen jaren, dat het reizen in China makkelijker is geworden, maar nog steeds niet te vergelijken is met het reizen door diverse andere Aziatische landen. Houd daarmee rekening. Boek een georganiseerde reis of trek flink wat extra tijd uit als je zo ongeveer het hele land wilt bekijken.
China is enorm groot. Buitenlanders onderschatten de afstanden nog al eens. Treinreizen van meer dan 24 uur zijn zeker geen uitzondering. Boek op tijd en neem bij voorkeur een 'hard-sleeper'-plaats, tenzij je erg op comfort gesteld bent. Dan kun je de soft-sleeper nemen, maar dat is net zo duur als vliegen. Voor grote afstanden geniet het vliegtuig de voorkeur, maar dat moet je helemaal ruim van tevoren boeken. En je moet geen vliegangst hebben, want de CAAC (China Air Always Crashes) geniet geen al te beste reputatie. Het leukst is natuurlijk een auto (met chauffeur) huren, maar dan moet je goed bij kas zitten. Voor minder dan 100 euro per dag krijg je het vrijwel niet voor elkaar. De Chinese wegen zijn echter prima.
Wie denkt dat China uit tempels, paleizen, parken en pagodes bestaat, komt van een koude kermis thuis. Vooral de steden zijn onleefbare betonwoestijnen met een verstikkende verkeerschaos. Dat was in 1993 al zo en wordt elk jaar erger. Toch zijn er nog genoeg prachtige plekjes te vinden. Ook vlakbij de steden. Om die te ontdekken is wel wat initiatief nodig. Op de fiets kom je een heel eind. Gelukkig ben je nu in het grootste deel van China vrij om te gaan en staan waar je wilt. Dat was in 1993 nog wel anders.
Het klimaat in China is niet bepaald prettig. 's Winters is het ondraaglijk koud en 's zomers verstikkend warm. De beste tijd om te gaan is mei-juni. Na juni begint de regentijd en is het in vrijwel het hele land tropisch warm. Na oktober wordt het te koud om nog prettig door het midden en noorden te reizen.
Je kunt lekker eten in China. In de grotere steden is alles te koop op het gebied van voedsel, maar de voorkeur zou uit moeten gaan naar lokaal voedsel. Het is vaak verrassend wat je bijna voor niets bij straatstalletjes kunt kopen. Het is ook erg leuk om de voorbijgangers te bekijken tijdens de maaltijd op een houten bankje. Let wel op dat het eten goed heet bereid wordt, want de sociale hygiëne en de omgang met vlees zijn niet zoals je die in Europa gewend bent.
Veel mensen houden van Frankrijk, maar hebben een hekel aan Fransen. Wie een paar weken in China geweest is, denkt hetzelfde over China en de Chinezen. Zelden ben ik zulke onbehouwen en botte mensen tegengekomen. Toch zijn er ook heel aardige Chinezen. Probeer dus ondanks alle ergernis toch vriendelijk, beleefd en respectvol te blijven. Ruzie maken met een ambtenaar (hoe verleidelijk dan ook) heeft altijd een averechts effect.
Tot slot: koop een goede reisgids (ik zweer bij de Lonely Planet) en bereid je goed voor. Leer een paar Chinese zinnetjes. Hoewel de taal erg moeilijk is, kun je met een paar beleefdheidszinnetjes vele deuren openen.
| Terug naar het menu |