Donderdag, 24 juni 1993
Het is een warme dag, donderdag 24 juni 1993. Spitsuur op het Centraal Station in Amsterdam. Honderden mensen krioelen door elkaar heen. Forenzen zijn op weg naar huis. Stappers komen net aan voor een avondje Amsterdam. Mensen kijken op de borden en vragen zich af hoe zij verder zullen reizen naar hun bestemming in de hoofdstad, nu het personeel van het Amsterdamse vervoersbedrijf voor de zoveelste keer in staking is gegaan. Ik ben wellicht de enige met een enkeltje Hong Kong op zak en wacht samen met mijn vriendin Diana en moeder op de trein die mij over de eerste etappe naar Hannover zal voeren.
Nog snel wat foto's en een knuffel in de open deur. Dan zet de trein zich in beweging. Een snelle controle leert mij dat de complete bagage aan boord is.
De reis begint. Schokkend neemt de snelheid van de trein toe en zie ik moeder en Diana kleiner worden. De lange tocht is begonnen. De eerste vijfhonderd meters van de 20.000 kilometer zijn afgelegd.
De intercity naar Hannover dreunt over de wissels langs de nieuwe huizen van Amsterdam Oost, terwijl ik een gunstige plek uitzoek om het de komende uren vol te houden.
Onderweg bestudeer ik mijn kaartje en ontdek dat de nummering op het biljet en in de wagons wel klopt. Ik had het verkeerd begrepen. Gelukkig maakt het niet uit. Ik heb zowat de hele coupé voor mij alleen.
Het bekende landschap van het Gooi glijdt voorbij en als we Amersfoort bereiken lijkt het alsof er pas vijf minuten verstreken zijn. In werkelijkheid zijn het er veertig. Langzaam beweegt de zon zich naar de westelijke horizon. Hopelijk zou het nog lange tijd licht blijven. In ieder geval tot Hannover.
In Amersfoort verlaat iedereen de coupé en komen er andere reizigers voor in de plaats. Weinig aanspraak weer. Maar ja, daar heb ik zelf ook niet zo'n behoefte aan. Ik ben nog steeds midden in Nederland. Wat vliegt de tijd toch om.
Als we weer temidden van de weilanden rijden, pak ik de portable computer uit mijn buikzak om het begin van dit reisverslag in te tikken. Het is opletten geblazen, want de verleiding om lang door te tikken is groot, maar ik zal het tot Moskou moeten uitzingen met één accu die al na twee uur gebruik helemaal leeg is.
Als de schitterende dennenbossen en heuvels van Apeldoorn aan het venster voorbij trekken krijgt het decor al een wat buitenlands aanzien. Eigenlijk is het toch geweldig om met de trein te reizen. Je kunt wegdromen, terwijl je met een vaart van 120 km per uur in de richting van je bestemming rijdt.
In Apeldoorn vindt weer wisseling van de wacht plaats. De ene krantenlezer maakt plaats voor de andere. Het zal niet zo lang meer duren of mijn medereizigers zullen Duitse kranten lezen. Met de auto is het een wereldreis, maar met de trein kom je vanzelf aan de Duitse grens.
Even na zessen rijdt de trein over de IJssel het Verre Oosten van Nederland binnen. Af en toe werp ik een waakzame blik op de rugzak die in het gangpad staat.
Buiten trekt een vertrouwd beeld aan het raam voorbij. Rijtjes rijtjeshuizen. Poldertjes, weggetjes. Allemaal nog puur Nederlands. Net een dagje uit. Maar het is geen dagje uit. Dit gewone ritje langs weilanden en koeien voert mij naar een andere wereld. Een wereld die ik nog niet eerder betreden heb en waarvan ik mij zelfs bij benadering geen betrouwbare voorstelling kan maken. De opwinding over het vertrek slijt langzaam weg en maakt plaats voor mateloze nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid naar de landen en volken die ik de komende weken zal gaan zien. Nieuwsgierigheid naar datgene dat mij tot deze onderneming heeft aangezet. De raadselachtige oorzaak van mijn reiskoorts. Tevreden schuif ik achterover en geniet.
De avond begint te vallen. Wat vroeg voor de tijd van het jaar. Zouden de dagen echt al weer korter worden, of komt het omdat we naar het oosten reizen? De conducteur knipt mijn kaartje. Gelukkig, het klopt allemaal. Ik vind het maar afwachten met al die exotische treinkaartjes die ik enkele weken geleden per post toegestuurd kreeg.
Als het in de trein de hele reis zo rustig blijft als nu, zul je mij niet horen mopperen. Alleen mijn staccato geroffel op het tekstverwerkertje verstoort het ritmisch gedreun van de oude spoorwagens uit de voormalige DDR. De strenge letters 'DR' prijken nog op ieder steelbaar onderdeel van de wagon. Asbakjes, DR. Dat krijgen ze er nooit meer uit. Ook al is de bedrijfsnaam Deutsche Reichsbahn gelijk met de Berlijnse Muur afgeschaft.
Af en toe hoor ik een belletje van een in een flits gepasseerde spoorwegovergang. Zouden de wachtende automobilisten weten dat in die voorbijstormende trein iemand op weg naar Hong Kong is?
Het is alweer ruim honderd minuten geleden dat de trein het Centraal Station in Amsterdam verliet. Buiten trekt Overijssel voorbij. Voor het eerst begin ik te beseffen dat ik aan de reis van mijn leven begonnen ben. Al die maanden ervoor ben ik alleen met werk bezig geweest. Werk dat mij voor de volle honderd procent opeiste. Tot gisteren was dat zo. Vanmorgen pleegde ik mijn laatste telefoontje. Nu moet ik de zakelijke beslommeringen van mij afzetten. Het avontuur eist mijn volledige concentratie op. Zou mijn voorbereiding voldoende zijn geweest?
De voorbereidingen voor de reis zijn niet in mijn koude kleren gaan zitten. Het is per slot van rekening een hele onderneming. Vanochtend heb ik nog snel filmrolletjes gekocht, want 400 ASA filmpjes had ik nog niet en van de professionele Kodachrome-films had ik er te weinig. Ook moest ik nog snel naar de bank voor dollars. Het postkantoortje kon mij slechts aan enkele beduimelde biljetjes van de Amerikaanse munt helpen. Albert Heijn was goed voor wat extra krentenbollen. Terwijl ik allerlei winkels in- en uitliep voor een geldbuideltje. Gelukkig slaagde ik daar niet voor, want ik had er al een. Die was ik kwijt, maar eenmaal thuis vond ik hem weer. Het buideltje hangt nu om mijn nek. Vol met kostbare papieren. Geld, paspoort, vaccinatiebewijs, Thomas Cook Traveller cheques, betaalkaarten en -pas, pasfoto's, visa en al het andere dat nodig is om de te bezoeken bureaucratiën in en vooral weer uit te kunnen komen.
In Almelo begint het al wat donkerder te worden. Nog even en ik ben Nederland uit. Dan begint het avontuur pas goed. De stop in Almelo duurt behoorlijk lang. Ik had nog wel een laatste, echt Nederlands kopje koffie kunnen bestellen. Blijkbaar zijn we ruim op tijd. Maar dan klappen de automatische deuren met een dreun dicht en zet de trein zich weer krakend in beweging. Het laatste Nederlandse station verdwijnt met toenemende snelheid uit zicht.
Nog even concentreer ik mij op het overbekende Hollandse landschap en de o zo keurige forenzenwijken. Dat ik Nederland ga verlaten doet mij eigenlijk niet eens zo erg veel. Wel had ik veel moeite met het afscheid van de mensen die mij dierbaar zijn. Ik had mij een stuk prettiger gevoeld als Diana was meegegaan. Haar zou ik voorlopig niet terugzien. Ik heb nu niemand om mijn gevoel mee te delen. De opwinding over alles wat ik zal gaan beleven.
Het laatste Nederlandstalige opschrift dat ik zie is heel toepasselijk een UIT-bord langs de snelweg die op enige afstand parallel aan de spoorlijn loopt. Acht minuten over zeven rijden we met volle snelheid de Nederlands/Duitse grens over. Ik zit nu moederziel alleen in de coupé en misschien wel in de trein, want ik hoor niets meer. Het soldatengeschreeuw dat voor Hengelo zo nu en dan de rust verstoorde, is verdwenen. Alleen het vertrouwde gedreun van de treinwielen is nog hoorbaar.
Buiten staat de zon laag boven de westelijke horizon. Het is mooi weer in Duitsland. En de reis verloopt tot nu toe bijzonder aangenaam. Ik voel mij steeds beter en de droefenis van het afscheid maakt steeds meer plaats voor de vreugde over wat nog gaat komen. We schommelen langzaam richting Osnabrück, een stadje waar Diana en ik een jaartje geleden tijdens onze eerste vakantie een bezoekje brachten.
In Bad Bentheim houden we even pauze. Er komt een Duitse locomotief voor de trein. Ik controleer toch maar even of er nog anderen in de trein zitten, voordat ik straks ergens achterblijf in een afgekoppelde of vergeten wagon. Een deel van de trein is namelijk al in Hengelo achtergebleven.
In Bad-Bentheim gaat de laatste Nederlandse wagon van de trein. Een rangeerder stelt mij gerust als ik naar mijn wagon wijs. "Der teil geht mit", verzekert hij.
Als ik niet zoveel troep had, was ik naar voren gelopen, naar de wagon waarin mijn gereserveerde plaats zich bevindt.
Het Duitse deel van de reis verloopt wat ruw. Af en toe begint de trein met een felle ruk te remmen en kijk ik bezorgd of mijn zware boodschappentassen wel in het rek boven mijn hoofd blijven staan. Gelukkig gaat het allemaal goed, zelfs als we na een minuut of tien ineens een noodstop maken. Midden op een overweg blijft de trein staan. Er is niets aan de hand en na een tijdje rijden we gewoon weer verder. Het abrupte stoppen herhaalt zich onderweg nog een keer. Moet de Duitse verkeersleiding in Nederland in de leer?
Het is tien voor negen in de vallende avond van mijn eerste reisdag als we vanaf station Minden (west) vertrekken. Hannover is nu niet zo ver meer. Ik kan dus nog even van mijn stille en riante coupé genieten, want eenmaal aangekomen in Hannover heb ik zo'n twee uur wachten voor de boeg. De trein zal namelijk al even voor half tien aankomen, terwijl de nachttrein naar Moskou pas om tien voor half twaalf zal vertrekken.
Vlak voor Hannover rijden we langs een laaggebergte dat het zonlicht goudgeel weerkaatst. Dan zie ik de eerste huizen van de stad. Het is tijd om de laatste niet-communistische trein van deze reis te verlaten.
Het wachten duurt lang in Hannover. Terwijl het buiten snel donker wordt zoek ik naar een mogelijkheid om mij twee uur op het station te vermaken. Een wandelingetje door de stad laat ik vanwege mijn zware bagage maar buiten beschouwing. Duitse marken om een kluisje te huren heb ik niet bij mij.
In de hal speelt een bandje en de droevige klanken worden luid door het gladde tegelwerk weerkaatst. Ik kijk ernaar vanaf het balkon. Maar na enige tijd houden de oudere jongeren het voor gezien.
De hal van Hannover HBf is typerend voor een Duitse stationshal van deze tijd. De laatste forenzen snellen naar huis, terwijl in toenemende mate anarchisten en andere lieden met felgekleurde haardrachten bezit nemen van het domein. Zwervers liggen aan de fles onder fel gekleurde reclameborden met producten die zij nooit zullen kunnen betalen. Alleen met de reclamebranche lijkt het nog goed te gaan in Duitsland.
Ik loop wat over het stationsplein en herken de weldadige, autovrije winkelstraten van de stad. Enige jaren geleden kwam ik hier jaarlijks voor een bezoek aan de Hannover Messe. Het komt mij nog steeds bekend voor.
De zware tassen dwingen mij helaas al snel weer om ergens in het station een rustplaats uit te zoeken.
In een wachtlokaal neem ik plaats tussen andere reizigers en zwervers die het station als vaste verblijfplaats gebruiken. Ook zitten er enkele andere rugzakreizigers. Ik probeer de tijd te doden met wat SF-boekjes, die ik speciaal voor dat doel heb meegenomen. Er blijkt echter zo weinig aan dat ik ze na een half uur maar in de prullenbak gooi. Ik vermaak me maar met het bekijken van het nachtelijke stationsvolk.
Elf uur besluit ik naar perron 12 te gaan, waar volgens plan om vijf voor half twaalf de sneltrein naar Moskou moet vertrekken.
De trein komt keurig op tijd binnen. Hopelijk heb ik nu wel de goede plaatsnummers. Als ik het perron bekijk, bekruipt mij een somber vooruitzicht op de rest van de reis. Je kunt zien dat deze trein van rijk naar arm rijdt. Ik dacht dat ik veel bagage bij mij had, maar wat ik op het perron zie slaat werkelijk alles. Ze mogen wel een aparte goederentrein aankoppelen.
Het zit mij niet mee. Ik sta bij de eerste wagon en die heeft nummer 165. Ik moet wagon 153 hebben. En ja hoor, dat is de achterste. Een kilometer verder dus, zo ongeveer aan het einde van het bepaald niet korte perron.
Het is weer zoeken geblazen met mijn ruim dertig kilo aan bagage. Als ik eindelijk wagon 153 gevonden heb, kan ik mijn plaats niet vinden. Ik heb bed 35 en de nummers lopen maar tot 16. Ra, ra, hoe kan dat? Ik strompel weer terug naar de controleur en toon hem mijn kaartje. De vriendelijke conducteur legt mij geduldig in het Russisch uit hoe de vork in de steel zit. Ik snap er niets van. Uiteindelijk slaagt de beambte erin mij duidelijk te maken dat ik niet plaats 35 maar plaats 10 moet hebben. Dat is Russische logica. Ik weer terug dus door het tot aan het plafond met bagage volgestapelde gangpad.
De trein naar Moskou maakt een ongelooflijk aftandse en smerige indruk. Ruim de helft van de verlichting werkt niet. Alles is vies, vooral de ramen. Het stinkt naar niet geluchte slaapzalen en deuren zijn alleen met grof geweld te openen.
De gang en de coupés zijn tot het plafond volgestapeld met bagage. Het is allemaal handelswaar. Spullen die niet makkelijk verkrijgbaar zijn in Rusland en daarom een middel van bestaan voor de reizigers vormen.
Ik blijf een tijdje de enige in mijn coupé en even heb ik de stille hoop dat dat zo zal blijven. Dus niet! Ik moet mijn coupé delen met een Rus die natuurlijk ook naar Moskou moet en die ongeveer tien maal zijn eigen gewicht aan bagage bij zich heeft.
Ik ben er niet blij mee. Ik had liever een Nederlander of desnoods een Duitser in de coupé gehad. Die hebben ook niet zo absurd veel bagage bij zich.
Ik kan mijn spullen amper kwijt. Alle ruimte wordt ingenomen door de enorme canvastassen van mijn coupégenoot. Mijn voedselvoorraden en rugzak kunnen alleen nog onder het onderste bed, dat de Rus gezien zijn lichaamsomvang wel verplicht is te nemen. Ik zie hem niet over het gammele laddertje naar boven kruipen.
Dan zit ik ook nog met een stapel in dit jaargetijde overbodige dekens opgescheept en een kussen dat ik eigenlijk niet hoef. Maar eens kijken hoe ik dat probleem kan oplossen. Installatie vergt heel wat improvisatie in deze voormalige Sovjet-express.
Moe ben ik in ieder geval wel na zo'n inspannende dag. Dus het slapen zal ook wel lukken. Alleen jammer dat ik niet bij mijn proviand kan komen. Ik heb alleen mijn buikzakje bij de hand en die houd ik ook binnen handbereik. Het is kwart over twaalf als ik ga slapen. De trein nadert Berlijn.
| Terug naar het menu | Naar de volgende dag. |