Een reis naar Birma is niet zo eenvoudig als bijvoorbeeld naar Thailand, Maleisië of Vietnam. Je hebt een visum nodig en dat is in Nederland niet te krijgen. Wel is er een Birmese ambassade in Londen (0044 71 6296966). Je kunt een aanvraagformulier laten faxen en dat samen met je paspoort opsturen. Een paar weken later heb je dan je visum. Geef niet militair, journalist of politicus als beroep op, want dan kan je het wel vergeten.
Een andere, snellere en goedkopere manier is om gewoon naar Bangkok te gaan en in de buurt van Kao San Road een visum te regelen. Dat duurt in de regel drie werkdagen. Je kan niet zelf naar de Birmese ambassade gaan voor een visum. Om van Bangkok naar Rangoon te gaan, is Thai Airways de beste optie. Het is niet mogelijk om over land naar Rangoon te reizen.
Binnen Birma zijn de reismogelijkheden beperkt. Wie genoeg geld heeft kan gebruik maken van de redelijk goede vliegverbindingen. Met antieke Fokker 27-toestellen zijn de meeste belangrijke plaatsen binnen een paar uurtjes te bereiken. Goedkoper is de trein, maar de enige goed functionerende verbinding is die met Mandalay. Als je de tijd hebt kun je ook met de trein naar Kyaikto (Gouden Rots), Taunggyi (Inle-meer) en Myingyan (nabij Pagan). Verder rijden er bussen naar alle steden, maar die zijn niet erg veilig en bieden Spartaans comfort. Vaak zit je uren lang met tachtig mensen en nog wat beesten in de laadbak van een vrachtwagenwrak zonder vering. Excursiereizen vanuit Rangoon zijn volkomen onbetaalbaar. Als je dat van plan bent, kan je beter vanuit Nederland een georganiseerde reis boeken. Een goed adres is VNC. Houd er rekening mee dat het reizen naar Birma om politieke redenen sterk ontmoedigd wordt.
Hotels zijn er in ruim voldoende mate. De kamers zijn duur, maar er is in de regel makkelijk af te dingen. Eten vormt ook geen probleem. Birma is een arm land, maar er is voedsel in overvloed. Bestel alleen vlees dat langdurig geroerbakt wordt, want met de hygiëne is het in de meeste restaurants niet best gesteld.
Op technisch gebied is weinig te koop in Birma. Als je fototoestel defect raakt, heb je een groot probleem. Neem ook voldoende films mee. Tien films per week is voor Birma niet overdreven.
De beste reistijd is van januari tot en met maart. Daarna wordt het onmenselijk heet. Van juli tot en met december is het regentijd en worden de meeste wegen onbegaanbaar. Denk verder aan een klamboe, malariatabletten en een goede EHBO-doos. Neem ook zelf injectienaalden mee. Probeer hoe dan ook uit een Birmees ziekenhuis te blijven.
Houd er tot slot rekening mee, dat Birma bestuurd wordt door een militaire junta. Buitenlanders worden scherp in het oog gehouden. Je met politiek bemoeien is levensgevaarlijk. Men kan dan zomaar 'drugs' in je bagage aantreffen. De gevolgen kan je zelf wel bedenken. Echt drugs kopen, gebruiken of vervoeren kan ik ook niet aanraden. Hoewel Birma een belangrijke producent is van het spul, staat op het bezit ervan de doodstraf. Nederland heeft overigens geen ambassade in Birma en als dat wel het geval was geweest, zou je vanuit die hoek ook weinig steun hoeven te verwachten.
Tot slot moet je erop voorbereid zijn dat de Birmezen heel anders zijn dan de Thais of de Vietnamezen. Je wordt op straat constant met botheid geconfronteerd. Daar moet je tegen kunnen. Er zijn ook heel aardige mensen en die moet je nooit het slachtoffer laten worden van je frustraties die je uiteindelijk onvermijdelijk opdoet. Bedenk dat als je met een Birmees in gesprek raakt (meestal moet je dan wel de taal beheersen), er altijd kans bestaat, dat de betreffende persoon na afloop aangehouden wordt voor een ondervraging. Vermijd politiek als gespreksonderwerp!
Met de nodige voorzichtigheid is het goed reizen door Birma. Probeer het gebruik van overheidsvoorzieningen, zoals bepaalde hotels, te vermijden. Dezelfde diensten zijn vaak van particulieren te betrekken. Dan komt je geld tenminste niet bij de regering terecht.
Tot slot moet je voor jezelf de afweging maken. Als je naar Birma gaat, steun je altijd het regiem daar. Bovendien kunnen de militairen buitenlandse bezoekers opvatten als goedkeuring voor hun bewind. Aan de andere kant is de bevolking er ook niet bij gebaat als toeristen wegblijven. De economie is al beroerd genoeg en door een sociaal isolement valt ook dat laatste stukje buitenlandse controle op de gang van zaken weg. Laten we daarom maar hopen dat het toerisme uiteindelijk bijdraagt aan verbetering van de situatie in het land.