Zondag, 4 februari 1996

Ik heb mij afgevraagd of ik werkelijk naar Myanmar zou moeten gaan. Niet omdat ik ook maar een moment aan de waarde van zo'n reis heb getwijfeld. Het is een fantastisch, nog vrijwel onontdekt land dat bijna als één groot openluchtmuseum is te beschouwen. Nee. Het ging om de vraag of het ethisch verantwoord is om naar een land te reizen waar een militaire junta de bevolking op bloedige wijze onderdrukt en waar toerisme als een vorm van steun voor dat regime gezien kan worden. De hele wereld protesteert tegen Myanmar, dat nog altijd grotere bekendheid als Birma geniet. Vanwege de talrijke moorden op politieke tegenstanders, vanwege het huisarrest van oppositieleidster en Nobelprijswinnares Aung San Su Kyi en vanwege de florerende teelt en export van drugs.
Toch ben ik gegaan. Niet met het idee dat een ander besluit toch niets aan de politieke situatie veranderd zou hebben, maar gewoon omdat de normale bevolking van het land volstrekt niet gebaat is bij welke vorm van boycot dan ook. En laat ik eerlijk zijn. Ook omdat ik verrekt graag dat prachtige land wil bekijken, waar in 1996 nog maar een handjevol toeristen naar toe is geweest en dat ontelbare culturele en religieuze schatten herbergt.
Omdat het pas mijn tweede verre reis is, besloot ik te kiezen voor een avontuurlijke, maar wel georganiseerde groepsreis. In veel landen zou dat niet nodig zijn geweest, maar Myanmar heeft nauwelijks een infrastructuur. De grootste steden hebben nog wel een spoorverbinding, maar om bij de prachtige tempelsteden te komen is eigen vervoer of eindeloos geduld nodig. Of veel geld natuurlijk, want Myanmar heeft een goed functionerend netwerk van binnenlandse vluchten met Fokker Friendship-vliegtuigen. Die brengen je keurig naar de meest bezienswaardige plaatsen, maar aan het reizen op die manier kleeft natuurlijk wel een pittig prijskaartje. Tot voor kort kon je als toerist niet anders, want je mocht niet langer dan zeven dagen in het land blijven. Nu de regering toerisme als inkomstenbron voor buitenlandse deviezen is gaan zien, heeft men de regels versoepeld. In 1995 was een visum al drie weken geldig en inmiddels - het is Visit Myanmar Year - mogen buitenlanders vier weken in het land verblijven.
Een groepsreis zou mij veel ongemak besparen en mij in staat stellen om in korte tijd veel van het land te zien. Maar ik zal deze reis ook de nadelen van groepsreizen ervaren. Het eerste deel van de reis deed ik in ieder geval alleen. Ik vertrok een week eerder dan de rest om in Bangkok alvast te acclimatiseren en op mijn gemak de omgeving te verkennen. Via reisbureau VNC had ik alvast onderdak gereserveerd voor mijn acht dagen Bangkok, zodat ik met een gerust hart het toestel van Royal Jordanian Airlines kon instappen voor de eerste etappe naar Amman.
VNC had bepaald dat ik met Royal Jordanian Airlines zou vliegen. Zelf had ik liever voor Thai Airways of Singapore Airlines gekozen. De reisbegeleidster zou een week later met KLM naar Bangkok vliegen. Dus dan kan je nagaan!
Het eerste deel van de vlucht valt mee. Het vliegtuig is redelijk nieuw en van Amerikaanse makelij. En ondanks de Ramadan krijgen de passagiers wel eten en drinken aangeboden. De meeste moslims weigeren beleefd, zodat de bemanning ongetwijfeld veel porties zal overhouden. Met een omweg om Israël heen bereiken we de midden in woestijngebied gelegen hoofdstad van Jordanië. Als ik het gedeeltelijk besneeuwde woestijnlandschap zie, begrijp ik niet dat mensen daar kunnen wonen. Slechts heel sporadisch zijn wat akkers te zien. Dan landen we op het ongeveer dertig kilometer buiten de stad gelegen vliegveld. Hier moet ik zes uur wachten op de aansluiting naar Bangkok.
Op het koninklijke vliegveld van de koninklijke Jordaanse luchtvaartmaatschappij is werkelijk niets te beleven. Het is er donker en somber. Eerst is het wel aardig om te zien hoe de mensen hun tapijtje op de grond uitspreiden om vervolgens met het hoofd richting Mekka tot Allah te bidden. Dat zie je op Schiphol niet, tenzij je naar de aparte gebedsruimte gaat. Maar na een poosje heb ik dat ook wel weer gezien. Ik had een boek moeten meenemen. Er zijn taxfree-shops, maar die stellen weinig voor en zijn astronomisch duur. En om even naar Amman te gaan is de overstaptijd weer net even te krap. Half elf 's avonds ben ik blij als eindelijk wordt omgeroepen dat de passagiers voor Bangkok naar de gate kunnen. En ik ben nog blijer als mijn vliegtuig, een Boeing 767, in volstrekte duisternis en in de stromende regen los komt van de grond. Ik ben hard toe aan wat vrolijke, tropische zonneschijn.

Terug naar het menuNaar de volgende dag.